Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met productie;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
‘Advocaat overhoop met getuige in vastgoedzaak’ (hierna: het artikel in De Telegraaf; prod. 7 inl. dagv.) waarin (onder meer) het volgende wordt vermeld:
‘wegens het overtreden van het verbod, gegeven in het onder 1. genoemde vonnis, te weten in dagblad de Telegraaf op 28 december 2012 (waarin gerequireerde requirant een “vuile lasteraar” noemt)’. Hoewel de bewoordingen in dit exploot hieromtrent niet geheel duidelijk zijn, begrijpt het hof dat [appellant] in de onderhavige procedure stelt dat [geïntimeerde] het verbod heeft overtreden door tijdens het telefoongesprek van 27 december 2012 aan [journalist van De Telegraaf] mede te delen dat [appellant] een vuile lasteraar was en dat [geïntimeerde] aangifte wegens laster tegen [appellant] had gedaan (hierna: de gewraakte uitlatingen). Het artikel in De Telegraaf is immers geschreven door [journalist van De Telegraaf], zodat de beweringen in dit artikel afkomstig zijn van [journalist van De Telegraaf] en niet van [geïntimeerde]. In casu gaat het dus om beantwoording van de vraag of [geïntimeerde] het verbod heeft overtreden door tijdens het telefoongesprek van 27 december 2012 de gewraakte uitlatingen te doen (en niet door de vermelding daarvan in het artikel in De Telegraaf).
dat [geïntimeerde], ondanks dat [appellant] in volledige beperkingen zat, een aantal onroerend goedtransacties waarmee [appellant] bezig was, op verzoek van [appellant], via [geïntimeerde] doorgang konden vinden’.In het ongedateerde proces-verbaal wordt onder meer vermeld
‘Advocaat [geïntimeerde] was op dit moment aan het zorgen dat het beslag op de woningen van [vastgoedhandelaar] zou worden opgeheven. Als beloning zou [geïntimeerde] van [vastgoedhandelaar] een woning krijgen ter waarde van € 500.000,00.’Naar het voorlopig oordeel van het hof wijzen beide beweringen in de richting van betrokkenheid van [geïntimeerde] bij illegale praktijken in de onroerend goed sector, hetgeen [geïntimeerde] diskwalificeert. Overigens doet niet ter zake of de beweringen van [appellant] door de verbalisanten in de processen-verbaal juist zijn weergegeven, het gaat erom dat [geïntimeerde] door [journalist van De Telegraaf] in het telefoongesprek van 27 december 2012 met de inhoud van deze processen-verbaal werd geconfronteerd en daarop reageerde.