Uitspraak
5.Het verloop van de beide procedures
6.De verdere beoordeling in de gevoegde zaken
[de vrouw] en [de man] stellen zich op het standpunt dat het oordeel van de kantonrechter juist is, dat Body Moving als kleine ondernemer gelijk te stellen is, al dan niet via reflexwerking, aan een consument zodat terecht de overeenkomsten nietig zijn geoordeeld. Voorts beroepen zij zich op alle weren als in eerste aanleg gevoerd.
De thans nog geldende richtlijn 85/77 EEG van de Raad van 20 december 1985 betreffende de bescherming van de consument bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (hierna Colportagerichtlijn) kan niet tot een ander oordeel leiden. Hoewel deze richtlijn zich er niet tegen verzet dat de door de richtlijn geboden bescherming door de nationale wetgever wordt uitgebreid naar handelaren (zoals blijkt uit HvJ EG 14 maart 1991, C-361/89 inzake Di Pinto), heeft de Nederlandse wetgever hier niet voor gekozen. Ook de per 13 juni 2014 van toepassing wordende richtlijn 2011/83/EU van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten (Richtlijn Consumentenrechten), die de Colportagerichtlijn alsdan vervangt, laat blijkens considerans nr. 13 deze ruimte, maar handhaaft onverkort het consumentenbegrip. Uit wetsvoorstel 33 520 (TK 2012-2013, nr. 7 p 9-10) ter implementatie van laatstgenoemde richtlijn blijkt voorts dat de wetgever bewust niet voor verruiming van het consumentenbegrip kiest zodat ook kleine zelfstandigen of handelaren er onder zouden gaan vallen. De wetgever beoogt een aparte regeling in Europees verband tot stand te brengen ter zake acquisitie onder handelaren. In de per 13 juni 2014 in werking tredende Implementatiewet Richtlijn Consumentenrechten wordt bescherming bij colportage dan ook onverkort beperkt tot "consumenten", zijnde ingevolge artikel 6:230g BW (nieuw) "iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen".
Voordat echter tot bewijslevering wordt overgegaan wenst het hof door Proximedia te worden geïnformeerd over de samenstelling van de overeengekomen maandtermijn van € 70,--, in die zin dat Proximedia verduidelijkt welke bedragen aan de diverse onderdelen van de overeenkomst moeten worden toegerekend. Ook krijgt Proximedia de gelegenheid om toe te lichten waarom op 14 juni 2007 twee overeenkomsten met hetzelfde contractnummer ([contractnummer 2.]) zijn gesloten tussen partijen. [de vrouw] en [de man] kunnen vervolgens op een en ander reageren.
Dit verweer en de reactie daarop kunnen thans, zonder bewijslevering, niet worden beoordeeld. Wel is het hof voorshands van oordeel dat de gestelde tekortkomingen niet de opschorting van
allebetalingen rechtvaardigen (Body Moving heeft sinds de verzending van de eerste factuur op 9 juni 2008 geen enkel bedrag betaald). Immers, de overeenkomst wordt slechts gedeeltelijk betwist. Voorts is gesteld noch gebleken dat Body Moving voor december 2008 bij Proximedia heeft nagevraagd waarop de facturen betrekking hebben en staat vast dat Proximedia de website pas begin 2009 heeft geblokkeerd.
de originele exemplaren van de beide overeenkomsten met contractnummer [contractnummer 2.]ter griffie te deponeren. Indien geen schikking wordt bereikt, zal aan het einde van de comparitie aan partijen de gelegenheid worden geboden om mondeling hun standpunt ten aanzien van de wijze van bewijslevering (schriftelijk of door middel van getuigen) kenbaar te maken.
7.De uitspraak
maandagen, woensdagen en donderdagenin de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;