Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 73
3.Toepasselijke wet- en regelgeving
PbEGL 256), zoals deze luidt op 19 oktober 1992 onderscheidenlijk, indien het minerale oliën betreft, op 1 januari 2002.
4.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
5.Gronden
- de verhouding tussen gegiste en gedistilleerde alcohol naar totaalvolume van de dranken en/of naar het totale alcoholgehalte; en/of
- de organoleptische eigenschappen (de geur, de smaak en het uiterlijk van de dranken).
6.Beslissing
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent de vergoeding van proceskosten en van het griffierecht;
- verklaarthet bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraken op bezwaar;
- vermindertde naheffingsaanslag tot een bedrag van € 87 aan accijns van wijn en een bedrag van € 655 aan accijns van overige alcoholhoudende producten;
- bepaaltdat de bij beschikking in rekening gebrachte heffingsrente wordt verminderd overeenkomstig de vermindering van de naheffingsaanslag;
- vermindertde boetebeschikking tot een bedrag van € 74;
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende vastgesteld op een bedrag van € 1.461; en
- gelastdat ter zake van het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep door tussenkomst van de griffier een griffierecht wordt geheven ten bedrage van € 466.