Op 2 februari 2011 werd namens de weduwe van het slachtoffer aangifte gedaan van moord of doodslag. De officier van justitie besloot op 30 november 2011 tot niet-vervolging wegens gebrek aan nieuwe aanknopingspunten. De klager diende vervolgens een klacht in bij het hof met het verzoek tot vervolging.
Het hof behandelde de klacht meerdere malen in raadkamer, waarbij de advocaat-generaal steeds adviseerde de klacht af te wijzen. Diverse aanvullende onderzoekswensen van de gemachtigde werden ingewilligd, maar leverden geen nieuwe feiten op. Het NFI kon geen duidelijke doodsoorzaak vaststellen en er waren verdachte omstandigheden rondom de crematie en eerdere dood van een andere vrouw in de omgeving.
Het hof concludeerde dat ondanks de verdachte omstandigheden en het belang van klager, het reeds verrichte onderzoek onvoldoende aanknopingspunten bood voor een succesvolle strafvervolging. Verdere onderzoeken zouden geen nieuw licht op de zaak werpen. Daarom werd het beklag afgewezen.