Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
De beoordeling
Onder inkomen in deze huwelijkse voorwaarden wordt verstaan het gezamenlijk bedrag dat in enig jaar wordt genoten als:
winst uit onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 (…)
loon in de zin van de Wet (…)
over de tijd, dat de echtgenoten anders dan in onderling overleg niet samenwonen of dat tussen hen scheiding van tafel en bed bestaat (…)”.
het bedrag waarvoor de vennoot in de boeken der Vennootschap is gecrediteerd;
zijn/haar aandeel in het resultaat ontstaan door de herwaardering als in lid 2 van dit artikel vermeld, welk aandeel zal dienen te worden vastgesteld op basis van het gemiddelde van de percentages als genoemd in artikel 14 lid Pro 2, waarin de resultaten over de laatste 10 (tien) jaren of, als de Vennootschap korter dan 10 (tien) jaar zal hebben bestaan, over de volle duur van de Vennootschap door de vennoten werden genoten of gedragen.
- wat was het vennootschappelijk vermogen van viaWMO op 2 oktober 2009?
- welke bedragen zijn ten onrechte via de rekening van viaWMO betaald omdat het privéuitgaven zijn in de periode na het uiteengaan van partijen op 1 augustus 2008 (in ieder geval dienen als privé te worden beschouwd de kosten van levensonderhoud van de man, de rekeningen van zijn advocaat mr. [voormalig raadsman van de man] en de ontvangen teruggave inkomstenbelasting);
- heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt?
8.De uitspraak
en ten aanzien van de conceptrapportage– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
drie maandennadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;