In hoger beroep is de verdachte, portier van een café in Eindhoven, vrijgesproken van openlijke geweldpleging in vereniging. De tenlastelegging betrof geweldpleging tegen drie slachtoffers op of nabij de openbare weg Stratumseind. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een schadevergoeding aan een benadeelde toegekend.
Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en vastgesteld dat de bewijsmiddelen tegenstrijdig zijn en onvoldoende overtuigend om de betrokkenheid van de verdachte vast te stellen. Verschillende getuigen spraken over meerdere portiers die betrokken waren, en het slachtoffer noemde een kale portier terwijl de verdachte niet kaal was. Ook werd de eigenaar van het café als mogelijke dader genoemd. Hierdoor kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte de dader was.
Als gevolg daarvan vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de aansprakelijkheid niet bewezen is. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.