In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch prejudiciële vragen voorgelegd aan de Hoge Raad over de toepassing van artikel 349a van de Faillissementswet. De kernvraag betreft de mogelijkheid om de termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen indien de oorspronkelijk bepaalde termijn reeds is verstreken op het moment van beoordeling.
Daarnaast is gevraagd wat de gevolgen zijn voor de verplichtingen van de schuldenaar in de periode tussen het verstrijken van de oorspronkelijke termijn en de definitieve rechterlijke beslissing over de verlenging. Het hof heeft in een tussenarrest van 27 februari 2014 zijn voornemen aangekondigd om deze prejudiciële vraag te stellen en heeft partijen de gelegenheid gegeven hierop te reageren.
De advocaat van appellante heeft zich akkoord verklaard met het voornemen en heeft voorgesteld dat de Hoge Raad zich uitspreekt over de vraag of de verlenging met terugwerkende kracht alle verplichtingen van de schuldsaneringsregeling voortzet. De bewindvoerder heeft geen reactie gegeven. Het hof heeft de verdere beslissing aangehouden en zal na ontvangst van het oordeel van de Hoge Raad partijen gelegenheid geven te reageren voordat een definitieve beslissing wordt genomen.