Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het tussenarrest van 19 maart 2013
6 Het verdere verloop van het geding
7.De gronden van het hoger beroep
8.De beoordeling
pleegt te worden afgeschreven, niet bestreden. [appellanten c.s.] heeft niet (voldoende) toegelicht dat en waarom een afschrijvingstermijn van vijf jaar in de markt geen goede weergave zou opleveren van de waarde die de onderneming (namelijk: de prestatie die niet ongedaan kan worden gemaakt) in 2011 voor [geïntimeerde] heeft gehad. [appellanten c.s.] is niet ingegaan op de stelling van [geïntimeerde] dat de economische levensduur standaard op vijf jaar wordt geraamd (memorie van antwoord, 104). De afspraak dat de koopprijs in drie jaarlijkse termijnen wordt voldaan, is naar het oordeel van het hof geen goed aanknopingspunt voor de begroting van de waarde die de onderneming (de prestatie die niet ongedaan kan worden gemaakt) in 2011 voor [geïntimeerde] heeft gehad. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat het tijdstip dat partijen voor de betaling van de koopprijs afspreken, zonder meer samenhangt met (de begroting van) die waarde.