Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X.] Schoenen B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2],
[X.] Schoenen v.o.f.,gevestigd te [vestigingsplaats 2],
Calzaturificio [Y.] SRL.,gevestigd te [vestigingsplaats 3], Italië,
Calzaturificio [Z.] SRL.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 168161/HA ZA 07-2405)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
in staat zal zijn (c.q. in staat zal blijven) om zijn schulden van de eenmanszaak alsook de schulden van de Schoenen BV aan o.a. [directeur X.]([directeur X.], hof)
terug te betalen.
van de onderneming.
ge samenwerking te komen.
“Ik was daar op dit moment niet voor ingehuurd en ik werd voor de uren die ik in Vianen doorbracht niet betaald”en
“Ook dit gesprek, dat ’s avonds bij mij thuis plaatsvond was meer professionele service dan dat dit ingehuurd advies betrof.”
tussenvonnisvan 11 maart 2009 heeft de rechtbank onder meer het volgende overwogen:
grieven 1 en 2 in i.a.;
grief 3 in i.a.heeft hierop betrekking;
grief 4 in i.a.komen [geïntimeerden] onder meer hiertegen op;
,betekent “een fout” in de zin van genoemd artikel een toerekenbare onrechtmatige daad – in de zin van art. 6:162 BW Pro - van de ondergeschikte ([jurist ABAB juristen]) zelf, moet komen vast te staan dat [jurist ABAB juristen] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerden] (en dat [contactpersoon ABAB] zulks heeft gedaan tegenover [geïntimeerde 3.] en [geïntimeerde 4.]); hier is met name van belang of [jurist ABAB juristen] en/of [contactpersoon ABAB] de zorgvuldigheid in acht hebben genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht jegens derden (r.o. 5.10); met
grief 1 in p.a.stelt ABAB deze overwegingen ter discussie;
grieven 2 tot en met 4 in p.a.maakt ABAB bezwaar tegen deze overwegingen;
,omdat ABAB er blijk van heeft gegeven die advisering binnen de sfeer van haar zeggenschap te zien (r.o. 5.18); over dit oordeel klaagt ABAB met
grief 5 in p.a.;
grief 6 in p.a.heeft op deze vaststelling door de rechtbank betrekking;
grief 7 in p.a.heeft betrekking op deze overweging;
de grieven 5 en 6 in i.a.;
grief 7 in i.a.;
grief 8 in p.a.betreft deze overwegingen;
de grieven 8 en 9 in i.a.klagen [geïntimeerden] over dit oordeel van de rechtbank;
Met grief 10 in incidenteel appel klagen [geïntimeerden] hierover.
grief 11 in i.a.heeft hierop betrekking;
grief 12 in i.a.richten [geïntimeerden] zich hiertegen;
grief 9 in p.a.en
grief 13 in i.a..
eindvonnisvan 12 mei 2010 heeft de rechtbank onder meer, samengevat, overwogen:
grief 14 in i.a.;
grief 15 in i.a.heeft hierop betrekking;
de grieven 10 tot en met 13 in p.a.klaagt ABAB over deze oordelen.
hulpvan [jurist ABAB juristen] heeft
gebruiktbij de uitvoering van zijn verbintenis om [geïntimeerde 2.] en [geïntimeerde 1.] te adviseren, een en ander als bedoeld in art. 6:76 BW Pro.
contactwas tussen [directeur X.] en [zelfstandig consultant], maar dat geen sprake was van een
contracttussen [geïntimeerden] en [zelfstandig consultant]. Omdat [geïntimeerden] noch dit laatste, noch de vaststelling door de rechtbank hebben bestreden, dat [zelfstandig consultant] – de rechtbank vermeldt kennelijk bij vergissing een aantal malen de naam “[naam]” - niet in dienst van ABAB was, dat hij als zelfstandige in opdracht van [schoenwinkelier A.] en/of van [schoenwinkelier A.] opereerde en dat hij geen partij in dit geding is, valt niet in te zien op grond waarvan de gedragingen van [zelfstandig consultant] aan ABAB kunnen worden toegerekend. Nu bij de bespreking van grief 2 in incidenteel appel is vastgesteld dat [jurist ABAB juristen] geen hulppersoon van [contactpersoon ABAB] was, volgt daaruit dat de door [jurist ABAB juristen] ingeschakelde [zelfstandig consultant] die positie evenmin had.
[directeur X.]kort na en naar aanleiding van de onder A bedoelde bespreking;
zat erbij als medeadviseur van [schoenwinkelier A.] naast mr. [jurist ABAB juristen] dus dat wekte vertrouwen. [zelfstandig consultant] deed het woord. Hij en [jurist ABAB juristen] hadden de zaak doorgelicht en er was geen reden voor paniek en de omzetten waren tot dat moment goed. Als wij drieën zouden leveren dan zou er gegarandeerd worden betaald binnen 90 dagen. [schoenwinkelier A.] zou privé alles te gelden maken wat hij had (kunst, motor) en in de zaak inbrengen. Hij stond min of meer onder curatele, want voor alle uitgaven boven de € 500,- had hij toestemming nodig van [zelfstandig consultant] en [jurist ABAB juristen]. Beide heren zagen mogelijkheden voor [schoenwinkelier A.] om uit de problemen te komen. Er was al gesproken met de bank en er waren goede vooruitzichten voor kredietverhoging. Wat de crediteurenpositie betreft: wij drieën waren de grootste schuldeisers. Ik vroeg toen naar de belastingschuld van
waren samen adviseur van [schoenwinkelier A.] en hadden de zaak doorgelicht. Ze waren tot de conclusie gekomen dat [schoenwinkelier A.] niet failliet hoefde te gaan dat hij goede omzetten draaide en zeer goede kansen had. (…) Ze hadden een gesprek met de bank gehad er zou een kredietverhoging komen. [schoenwinkelier A.] zou alles wat hij in privé had in liquiditeiten omzetten en inbrengen. De communicatie met [schoenwinkelier A.] zou alleen maar via hen mogen plaatsvinden, anders zou het niet rechtsgeldig zijn. Er was weliswaar een belastingschuld van 80.000,- EURO maar die zou worden gehalveerd en vader [schoenwinkelier A.] zou bijspringen. Wij wisten dat vader [schoenwinkelier A.] voor 140.000,- EURO borg stond en een pensioentje uit de zaak had dus wij gingen er van uit dat hij zijn zoon niet in de steek zou laten; er waren nauwelijks andere crediteuren dan wij drieën en er zou een nieuwe bv worden opgericht 'als vliegwiel'.
vroeg ook nog wat er zou gebeuren als hij zou stoppen met leveren en ik heb toen geantwoord dat dan het licht uit zou gaan. Er werd ook gevraagd of het klopte dat [schoenwinkelier A.] voor betalingen van substantiële bedragen toestemming van [zelfstandig consultant] nodig had en dat heb ik beaam(d)
. Er werd ook nog gevraagd naar de omvang van de schuldeisers van [schoenwinkelier A.] maar daar wist ik niet van. (…). Ik hoorde toen dat [schoenwinkelier A.] geen schuld meer had aan [directeur X.]. [directeur X.] vroeg of [schoenwinkelier A.] belastingschulden had maar ik heb over de hoogte daarvan geen mededeling gedaan, wel dat er een substantiële belastingschuld was. Ik was niet bekend met de informatie die [schoenwinkelier A.] aan [directeur X.] had verstrekt.(…)
e leveranciers en [schoenwinkelier A.] hebben samen al een heel lang verleden en ze kennen elkaar van haver tot gort.(Z)
ij wisten beter waar zij met [schoenwinkelier A.] aan toe waren dan ik. Ik wist op dat moment ook niet eens wat het totaal aan openstaande crediteuren van [schoenwinkelier A.] was. Uiteindelijk gingen de leveranciers weg in de hoop dat het met [schoenwinkelier A.] beter zou gaan.”.
op dat momentkennelijk “gebakken lucht” waren; het hof neemt die kwalificatie van de rechtbank dan ook niet over. In verband met het laatste moet overigens wel worden bedacht, dat voor de bij de bespreking aanwezigen duidelijk moet zijn geweest, ten eerste dat [zelfstandig consultant] en [jurist ABAB juristen] als adviseurs van [schoenwinkelier A.] optraden en in ieder geval op de eerste plaats diens belangen behartigden, en ten tweede dat voor alle door [zelfstandig consultant] en [jurist ABAB juristen] besproken voorgenomen acties ter verbetering van de financiële toestand van de bedrijven van [schoenwinkelier A.] de medewerking nodig zou zijn van derden (zoals fiscus, bank, de vader van [schoenwinkelier A.]) en van [schoenwinkelier A.] zelf. Nu immers [schoenwinkelier A.] juridisch niet onder curatele en diens vermogen evenmin onder meerderjarigenbewind stond, zou hij, indien hij niet zou meewerken aan het treffen van regelingen met bedoelde derden of aan een verkoop van zijn privé bezittingen, daartoe niet zonder meer gedwongen kunnen worden. Daaraan kan niet afdoen dat met [schoenwinkelier A.] was afgesproken dat hij betalingen/bestellingen met betrekking tot zijn bedrijven boven een bepaald bedrag niet kon doen zonder de instemming van [zelfstandig consultant].
nietaan de bedrijven van [schoenwinkelier A.] te leveren, en ten tweede of [directeur X.] vervolgens
datadvies zou hebben opgevolgd.
nietaan de bedrijven van [schoenwinkelier A.] zouden hebben uitgeleverd, zouden zij hebben getracht om die collectie zo spoedig mogelijk aan andere detaillisten te verkopen. Die laatsten zouden evenwel, naar mag worden aangenomen, reeds (veel) eerder tijdig hun bestellingen voor het najaar en de winter 2004/2005 hebben geplaatst in een voor hun bedrijfsvoering optimale omvang. Dit betekent dat de vraag bij detaillisten naar de in september 2004 niet aan de bedrijven van [schoenwinkelier A.] geleverde collectie vanaf omstreeks eind september 2004 minder groot is dan in de periode waarin die collectie normaliter pleegt te worden besteld. Dit gegeven én het feit dat het hier gaat om modeschoenen maken dat de verkoopwaarde van betreffende collectie vanaf eind september 2004 niet onaanzienlijk in waarde zou zijn gedaald.
henzelfonder eigendomsvoorbehoud aan die bedrijven geleverde schoenen daar zouden weghalen indien die bedrijven die leveringen niet betalen, waartoe [geïntimeerden] krachtens dat voorbehoud in beginsel gerechtigd waren en welk handelen dan ook niet zonder meer als paulianeus geldt. Niet is in dit verband gebleken dat [jurist ABAB juristen] jegens [geïntimeerden] over iets anders heeft gesproken dan over het terughalen bij een niet-betalende debiteur van aan deze onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen. Hetgeen de heer [directeur X.] als getuige heeft verklaard over een door [jurist ABAB juristen] aan [fabrikant 1.] beweerdelijk gedane toezegging tot verpanding van door haar aan [schoenwinkelier A.] geleverde goederen in de wetenschap dat die voorraden aan de bank verpand waren, heeft, wat er van die verklaring verder zij, geen betekenis voor de vraag of [jurist ABAB juristen] onrechtmatig heeft gehandeld, reeds omdat, als gezegd, degene die goederen onder eigendomsvoorraad heeft geleverd, in beginsel het recht heeft om die goederen bij zijn niet-betalende debiteur terug te halen, ongeacht of die voorraden (eerder) aan de bank van die debiteur waren verpand.