In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch beoordeeld of appellante tijdig het griffierecht had voldaan. Hoewel aanvankelijk in het registratiesysteem ReIS stond vermeld dat het griffierecht niet was betaald, bleek dit later onjuist door een achterstand in de verwerking van betalingen.
Het hof concludeerde dat appellante het griffierecht wel degelijk binnen de wettelijke termijn had betaald, namelijk op 31 maart 2014. Hierdoor werd ontslag van de instantie wegens niet-tijdige betaling uitgesloten.
Vervolgens besloot het hof een comparitie van partijen te gelasten, gericht op het beproeven van een minnelijke regeling of doorverwijzing naar mediation. Tijdens deze zitting is geen ruimte voor pleidooien, maar voor informatie-uitwisseling en het geven van instructies.
De verdere beslissing werd aangehouden, waarbij partijen werden opgeroepen om op 11 juli 2014 te verschijnen voor raadsheer-commissaris mr. N.J.M. van Etten in het Paleis van Justitie te 's-Hertogenbosch.