Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor vernieling van een voordeurruit en kreeg een werkstraf opgelegd. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in, maar dit was buiten de wettelijke termijn. Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een chronische psychotische toestand van verdachte, vastgesteld door deskundigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde bewezen dat verdachte de vernieling had gepleegd. Echter, op basis van psychologische en psychiatrische rapportages werd vastgesteld dat verdachte leed aan schizofrenie met ernstige realiteits- en oordeelsstoornissen, waardoor zij ten tijde van het feit ontoerekeningsvatbaar was.
Daarom sprak het hof verdachte vrij en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 39 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 11 juni 2014.