Uitspraak
[naam van de verdachte],
Het hof is echter, anders dan de politierechter, aan nadere motiveringsvoorschriften gebonden en zal om die reden het vonnis vernietigen.
“Op 11 september 2013 bevond ik mij met [A] in het zwembad “de Tongelreep” te Eindhoven. […] Ik zat op een gegeven moment in een bubbelbad. Zowel links als rechts van dat bubbelbad bevond zich een ander bubbelbad. […] Er waren ook kinderen aanwezig. […] Toen ik uit het bubbelbad stapte, trok [A] mijn broek een stukje naar beneden. […] Ik hoorde dat daar mensen om moesten lachen. Ik heb daarop ingespeeld en mijn billen laten zien door een rondje te draaien, naar mijn billen te wijzen. Aan de mensen die in de bubbelbaden zaten heb ik mijn billen laten zien. […]Ik weet dat mensen in een zwembad niet voor niets zwemkleding moeten dragen. Dat is omdat men niet naakt mag zwemmen. Zodat anderen geen edele delen en zo zien.” [1]
“Verbalisant: Kunt u mij vertellen wat er gisteren is gebeurd?Getuige: Ja hoor. Wij hadden een bedrijfsuitje. Kevin (het hof begrijpt: de verdachte [naam van de verdachte]) is een werknemer van mij. Wij hadden besloten om even te gaan zwemmen in de Tongelreep te Eindhoven. […] Wij [zagen in de Tongelreep] […] dat er klassen van scholen […] aan het zwemmen waren. Ik bedoel hiermee de leeftijdscategorie van 10 en 11 jaar oud. […]In het bubbelbad […] [trok ik] de zwembroek van [de verdachte] naar beneden. Je kon [de verdachte] zijn blote billen zien. […] Mensen in de andere bubbelbaden moesten er om lachen. [de verdachte] […] toen […] draaide een pirouette.” [2]
“Wij zagen dat de verdachte op 11 september 2013, omstreeks 12:13 uur, uit het bubbelbad kwam. Wij zagen dat de verdachte zijn rug naar de andere bubbelbaden keerde, waarin kinderen zaten. Wij zagen dat de verdachte zijn broek naar beneden trok en dat zijn billen zichtbaar waren. Wij zagen dat de verdachte wijzende bewegingen met zijn rechterhand maakte in de richting van zijn billen. Wij zagen dat de vriend van de verdachte nog in het bubbelbad zat ten tijde dat de verdachte zijn handelingen verrichtte.” [3]
Het is niet vereist dat in het specifieke geval ook daadwerkelijk een bepaald persoon is gekwetst. Voldoende is dat “de dader […] willens en wetens een onder gegeven omstandigheden voor het normaal ontwikkeld schaamtegevoel kwetsende handeling verricht” (vgl. HR 1 december 1970, ECLI:NL:HR:1970:AB3454, NJ 1971, 374).
BESLISSING
geldboetevan
€ 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.