ECLI:NL:GHSHE:2014:1782

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juni 2014
Publicatiedatum
17 juni 2014
Zaaknummer
HD 200.138.045_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 RvArt. 2.6 Procesreglement Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot verstrekking producties in herroeping hoger beroep civiele zaak

In deze civiele procedure tot herroeping van een eerder arrest vordert Obvion dat appellanten worden verplicht om afschriften van de producties 1 tot en met 16 aan haar te verstrekken, omdat appellanten niet voldeden aan hun verplichting ex artikel 85 Rv Pro. Appellanten betwisten dit, maar kunnen niet concreet aantonen wanneer en hoe zij de stukken aan Obvion hebben verstrekt.

Het hof stelt vast dat appellanten weliswaar producties hebben ingediend bij de griffie, maar niet aan Obvion hebben doen toekomen. Daarom wordt appellanten gelast deze stukken alsnog binnen twee weken aan Obvion te verstrekken. Indien zij dit nalaten, kan het hof de stukken buiten beschouwing laten.

Verder merkt het hof op dat Obvion niet eerder om toezending heeft verzocht, waardoor het incident mogelijk voorkomen had kunnen worden. Daarom compenseert het hof de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, waarbij Obvion gelegenheid krijgt om alsnog op de producties te reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Appellanten worden gelast producties 1 tot en met 16 aan Obvion te verstrekken en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.138.045/01
arrest van 17 juni 2014
gewezen in het incident in de zaak van

1.[appellant 1] en

2.
[appellante 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers in het geding tot herroeping,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp,
tegen
Obvion N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde in het geding tot herroeping,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,
in het bij exploot van dagvaarding van 19 november 2013 ingeleide geding tot herroeping van het arrest van dit hof van 12 juli 2011 met zaaknummer HD 200.059.265 tussen eisers tot herroeping - [appellanten] - als appellanten en gedaagde - Obvion - als geïntimeerde.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In de dagvaarding tot herroeping hebben [appellanten] geconcludeerd dat het hof voormeld arrest zal herroepen, het geding tussen partijen zal heropenen en partijen in de gelegenheid zal stellen hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen, met veroordeling van Obvion in de kosten van het geding.
1.2.
Obvion heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd tegen de vordering tot herroeping en voorts een vordering in het incident ingesteld.
1.3.
[appellanten] hebben geantwoord in het incident.
1.4.
Hierna is bepaald dat arrest in het incident wordt gewezen.

3.De beoordeling

In het incident
3.1.
Obvion vordert in het incident veroordeling van [appellanten] tot het bij akte verstrekken van afschriften aan Obvion van de producties die in de dagvaarding tot herroeping zijn aangeduid met de nummers 1 tot en met 13 en te bepalen dat Obvion in de gelegenheid wordt gesteld een aanvullende conclusie van antwoord dan wel antwoordakte te nemen teneinde op die producties te kunnen reageren, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van het incident. Obvion voert ter ondersteuning van haar vordering in het incident aan dat [appellanten] niet hebben voldaan aan hun verplichting ex artikel 85 Rv Pro om in de hoofdzaak afschriften van de in de dagvaarding genoemde producties bij te voegen.
3.2.
[appellanten] voeren verweer. Zij voeren aan dat zij wel degelijk bedoelde producties aan Obvion hebben doen toekomen, vragen zich af waarom de advocaat van Obvion niet even bij hun advocaat "aan de bel heeft getrokken" in plaats van een incidentele vordering in te stellen en verklaren zich bereid de producties nogmaals aan Obvion toe te sturen.
Het hof overweegt als volgt.
3.3.
Vaststaat dat [appellanten] een set producties, genummerd 1 tot en met 16, voorzien van een productielijst bij het aanbrengen van de zaak ter griffie hebben ingediend en daarmee in het geding hebben gebracht. Uit artikel 85 lid 1 Rv Pro en artikel 2.6 van het Procesreglement (het Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch) vloeit de verplichting voort om die stukken ook aan Obvion te doen toekomen.
Uit de dagvaarding tot herroeping blijkt niet dat de daarin met nummers aangeduide producties aan Obvion zijn meebetekend. Ook is niet gebleken dat [appellanten] de producties op andere wijze aan Obvion hebben doen toekomen. Bij hun antwoord in het incident betwisten [appellanten] weliswaar dat zij hebben verzuimd om afschriften van de producties aan Obvion te verstrekken, maar zij laten na concreet aan te geven op welke wijze en op welk moment de producties aan Obvion zijn verstrekt. Er kan daarom niet vanuit worden gegaan dat [appellanten] hebben voldaan aan de zojuist bedoelde verplichting.
3.4.
Gelet op het voorgaande zal het hof [appellanten] gelasten de producties 1 tot en met 16 aan Obvion te doen toekomen. De vordering in het incident is derhalve toewijsbaar. Indien [appellanten] niet aan het bevel voldoen, zal het hof de producties op grond van artikel 85 lid 4 Rv Pro buiten beschouwing kunnen laten.
3.5.
Niet is gebleken dat Obvion voorafgaand aan dit incident aan de advocaat van [appellanten] heeft verzocht om toezending van de producties, waarmee dit incident waarschijnlijk had kunnen worden voorkomen. Daarin ziet het hof aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.
In de hoofdzaak
3.6.
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van de conclusie van repliek. Ter gelegenheid van de vervolgens door Obvion te nemen conclusie van dupliek zal gelegenheid zijn alsnog te reageren op de producties 1 tot en met 16 van [appellanten]
3.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
wijst de vordering toe, in die zin dat het hof [appellanten] gelast de producties 1 tot en met 16, behorend bij de dagvaarding tot herroeping, binnen twee weken na de uitspraak van dit arrest aan Obvion te doen toekomen;
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 29 juli 2014 voor conclusie van repliek;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M.
Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.