Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de man],wonende te [woonplaats],
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
14.Het tussenarrest van 12 november 2013
15.Het verdere verloop van de procedure
16.De verdere beoordeling
dus derhalve kan door mij geen enkele verklaring afgelegd worden”. Verder schijft [getuige] “
dat er familie-foto’s zijn geeft enkel aan dat de tuin in ieder geval voor 1983 aangel[e]
gd is, met waarschijnlijk een kleine koniferen-haag!”. Hiermee is het opgedragen bewijs evenmin geleverd.
onder geen enkele voorwaarde” een schriftelijke verklaring wilde afleggen. Voorts schreef hij onder meer: “
Verder moet ik mededelen dat het mij, gezien mijn gezondheids-toestand, het onmogelijk zal zijn mij verder in deze situatie te verplaatsen”.
(i) het tussenarrest van het hof van 9 april 2013, vanaf het begin tot en met rechtsoverweging 8.3, en vanaf rechtsoverweging 8.5.1. tot aan het einde;
Dit formulier hoeft niet te worden vertaald nu reeds een authentieke Franse tekst digitaal voor het hof beschikbaar is via het genoemde Europees Justitieel netwerk voor burgerlijke en handelszaken.
De onderhavige zaak betreft een door [appellant] ingestelde vordering tot verwijdering van een coniferenhaag, geplant op het terrein van [geïntimeerden c.s.], tussen de woningen van [appellant] en [geïntimeerden c.s.] De vordering tot verwijdering zal worden afgewezen omdat deze is verjaard, indien [geïntimeerden c.s.] erin slagen te bewijzen dat de coniferenhaag is geplant vóór 27 september 1985.
Het verzoek betreft het onder ede, althans belofte - dit naar keuze van de getuige zelf - met inachtneming van de ter zake geldende regels van Frans procesrecht horen van de hierna te noemen getuige aangaande de aan [geïntimeerden c.s.] gegeven bewijsopdracht.
Aan getuige heer [getuige] dienen de volgende vragen te worden gesteld, die hij op basis vaneigen wetenschapdient te beantwoorden, nadat eerst is vastgesteld dat hem geen verschoningsrecht toekomt (zie artikel 165 lid 2 Rv Pro, in bijlage bij onderdeel 12.2.7.):
Getuige [getuige] mag niet weigeren een verklaring af te leggen. Artikel 165 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is hierop van toepassing.