ECLI:NL:GHSHE:2014:180
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- M. van Ham
- C.E.C.J. Ponsioen
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huur na overlijden huurder bij ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een vordering van [geïntimeerde] tot voortzetting van de huur van de woning van zijn overleden moeder op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. Hij stelde dat hij sinds 2009 een duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn moeder voerde. Huis & Erf betwistte dit en vorderde ontruiming van de woning.
Het hof stelde vast dat [geïntimeerde] onvoldoende concrete feiten had gesteld over het delen van kosten en het samenleven, en onvoldoende had toegelicht dat hij zijn moeder daadwerkelijk verzorgde. Ook de duurzaamheid van de huishouding werd betwist, mede gelet op zijn inschrijving als woningzoekende sinds 2009.
Het hof concludeerde dat [geïntimeerde] niet voldeed aan de stelplicht omtrent het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en wees zijn vordering af. Huis & Erf kreeg gelijk en de ontruiming van de woning werd bevolen met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huur wordt afgewezen en ontruiming van de woning bevolen.