Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de man],wonende te [woonplaats],
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/189885/KG ZA 14-179)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“het verkrijgen van inzicht in de waarde ten behoeve van een (executoriale) verkoop”.
Dit is de waarde die gerealiseerd wordt bij een verkooptermijn van 3 maanden waarbij sprake is van dwang tot verkoop. Verder komt de verkoop tot stand via het reguliere verkoopkanaal (makelaar), waarbij de eigenaar van het object zal meewerken aan bezichtigingen en verkoop.”
- “
- De bank en de debiteur zijn ter beperking van een restschuld voor de debiteur overeengekomen te trachten de woning op een zo kort mogelijke termijn op de vrije woningmarkt, onderhands te verkopen.
- (..)
- De debiteur realiseert zich dat de bank veel meer bij het proces van verkoop betrokken wil zijn dan het geval zou zijn wanneer de debiteur volledig aan zijn verplichtingen tegenover de bank zou voldoen. De debiteur is onder die omstandigheden bereid en in staat een onherroepelijke volmacht af te geven aan de bank. Deze onherroepelijke volmacht heeft (onder meer) als gevolg dat de debiteur dan niet meer bij de verkoop en levering van de woning betrokken zal zijn.
- (..) Door de onherroepelijkheid van de volmacht kan de debiteur een eventuele onderhandse verkoop niet tegenhouden, tenzij sprake is van een situatie die hierna onder “einde geldigheid volmacht” is vermeld. (..)”
- het aanwijzen van een verkopend makelaar
- het vaststellen van de vraagprijs en koopprijs van de woning “
tegen een marktconforme prijs op de markt zal aanbieden om een zo hoog mogelijke opbrengst te genereren”.
“(minimum)verkoopprijs”.
Verder merk ik namens cliënten op dat zij niet de beschikking hebben over het taxatierapport dat ABN AMRO Bank NV mogelijk ten grondslag legt aan een mogelijk beoogde verkoop van het woonhuis in [plaats 1] (..) Ook van dat rapport ontvang ik graag zo spoedig mogelijk een exemplaar.”
inzake de verkoop van de [perceel 1] te [plaats 1] wil ik u graag informeren over de termijnen die koper in acht wilt nemen met betrekking tot de levering.
Uiterlijk deze dag dient de woning leeg en ontruimd te zijn door u en dienen de sleutels afgegeven te worden aan de koper”.
waardeverklaring [perceel 1] te [plaats 1]” aan [Credit] Credit, waarin hij verklaarde dat in aanvulling op zijn eerdere taxatierapport het object bij ongewijzigde omstandigheden sinds 19 april 2013 per waardepeildatum 15 april 2014 getaxeerd wordt op een marktwaarde van € 160.000,-, een executiewaarde tussen € 95.000,- en € 105.000,- en – zo begrijpt het hof – een gedwongen verkoopwaarde tussen € 135.000,- en € 145.000,-. (prod. 9 ABN-AMRO).
omdat deze beneden de overeengekomen minimumverkoopprijs ligt, kan derhalve niet gevolgd worden.
Met betrekking tot de markt in [plaats 1] is deze afgelopen jaar op een dieptepunt gekomen. Ten tijde van dit verkooptraject mei-december zijn de prijzen niet zo laag geweest in de afgelopen 12 jaar en is er een overaanbod geweest.”
Eigenaar” het pand thans volledig door de eigenaar bewoond wordt.
Wij hebben uw cliënten in de gelegenheid gesteld om zelf met een taxatierapport te komen als zij de waardes betwisten. Tot op heden hebben zij geen reactie daarop gegeven.” (prod. 6 ABN-AMRO).
proceskosten in beide instanties’ niet als een incidenteel appel aan nu ABN-AMRO noch in de kop van haar memorie, noch in de rolinstructies heeft aangegeven incidenteel te appelleren, in haar petitum niet de partiële vernietiging van het vonnis heeft gevorderd en ABN-AMRO ook op geen enkele wijze een grief tegen de compensatie van de proceskosten heeft gericht.