Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak- rolnummer C/03/162400/HAZA 11-550)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Hoferbe nach dem Tode des Letztversterbenden von uns soll unser Sohn [zoon] sein)en dat eerst dan de zusters, ter compensatie, recht hebben op elk DM 30.000,-
.Nu de langstlevende de moeder van de vrouw is, en zij eerst in 2011 is overleden, dus na de ontbinding van het huwelijk van partijen, heeft er tijdens het huwelijk van partijen nooit een opeisbaar vorderingsrecht van de vrouw op haar broer bestaan.