Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte]
- is de verdachte veroordeeld ter zake van twee maal ‘verkrachting’ (feiten 4.A en 6.), vijf maal ‘poging tot verkrachting’ (feiten 1. primair, 3. primair, 5. primair, 7. primair en 8.), ‘diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld’ (feit 2.B) en ‘afpersing’ (feit 4.B) tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met aftrek van voorarrest;
- is aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd;
- zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4] en [benadeelde 5] (gedeeltelijk) toegewezen;
- zijn aan verdachte vijf schadevergoedingsmaatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd;
- is een gedeelte van de op de beslaglijst genoemde in beslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer;
- zijn de overige in beslaggenomen voorwerpen teruggegeven aan verdachte.
- de verdachte van de onder 3. primair en subsidiair, alsmede van de onder 5. primair en subsidiair ten laste gelegde feiten vrijgesproken;
- de verdachte terzake van :
- de verdachte ter zake van de onder 1. primair, 2.A, 2.B, 4.A, 4.B, 6., 7. primair en 8. primair bewezen verklaarde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- aan de verdachte zal opleggen de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 996,00, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel zal worden toegewezen tot een bedrag van € 5.277,25, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- de benadeelde partij [benadeelde 5] in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] geheel zal worden toegewezen tot een bedrag van € 2.599,15, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 750,00, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.
- “Er zijn op basis van de observaties geen aanwijzingen voor een stoornis in de impulscontrole in het algemeen of een gestoorde agressieregulatie in het bijzonder.” (p. 28)
- “Er zijn geen aanwijzingen voor een problematische, laat staan gestoorde, impulsbeheersing of agressieregulatie.” (p. 31)
- “Noch op grond van de eigen observaties, noch op die van de groepsleiding zijn er aanwijzingen voor een ernstige psychiatrische pathologie zoals een psychotische stoornis, een stemmingsstoornis of een stoornis uit het autismespectrum. Evenmin zijn er aanwijzingen voor een gebrekkige intelligentie zoals zwakbegaafdheid of zwakzinnigheid.” (p. 32)
- “Er zijn geen aanwijzingen voor manifeste psychiatrische verschijnselen zoals cognitieve functieproblemen, wanen en hallucinaties, angst- en depressiekenmerken. De impulscontrole lijkt voldoende.” (p. 35)
- “Er zijn gedurende de observatieperiode geen aanwijzingen voor een psychiatrisch toestandsbeeld”. (p. 38)
- “Hoewel door de weigering van betrokkene zijn intelligentieniveau niet kon worden bepaald met behulp van een intelligentieonderzoek, zijn er op basis van de observaties en korte contacten geen aanwijzingen gevonden voor een gebrekkige intelligentie zoals zwakbegaafdheid of zwakzinnigheid (…) Er zijn bij betrokkene geen aanwijzingen gevonden voor een weigering wegens pathologische motieven als gevolg van psychotische of andere psychiatrische problemen”.
- “Op basis van de beschikbare informatie hebben wij geen beeld gekregen van mogelijke (periodes van) psychische problemen gedurende het leven van betrokkene.”
- “Het is niet mogelijk de vraag te beantwoorden of er bij betrokkene, in het bijzonder ten tijde van het ten laste gelegde, sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens”.
- het forensisch psychologisch dossieronderzoek d.d. 19 april 2010, opgemaakt door D.J. van Beek, klinisch psycholoog, inhoudende onder meer:
- “Bij betrokkene is primair sprake van psychoseksuele problematiek die gerelateerd is aan hyperseksualiteit, hechtings- en relatieproblematiek en verslavingsproblematiek bij een enigszins antisociale/psychopathische man, die tegen een verstandelijk beperkt niveau aan lijkt te functioneren. Naar de mening van onderzoeker zijn er voldoende gronden om aan te nemen dat sprake is van een gestoorde hechting. (…) Vanwege de houding van betrokkene ten opzichte van de behandeling en de ernst van de problematiek, is een terbeschikkingstelling geïndiceerd”.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee verkrachtingen die de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers op zeer ernstige wijze hebben geschonden;
- de omstandigheid dat verdachte zich voorts schuldig heeft gemaakt aan vier pogingen tot verkrachting, diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld en afpersing, waarbij volstrekt onbekenden door hem onverhoeds werden overvallen;
- de omstandigheid dat slachtoffers als gevolg van feiten als de onderhavige nog langdurig last (kunnen) hebben van nadelige psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid;
- de omstandigheid dat verdachte zich kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven van de belangen van de slachtoffers en zich slechts heeft bekommerd om de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens;
- de omstandigheid dat door dergelijke feiten de rechtsorde ernstig is geschokt en dat dergelijke feiten in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg brengen.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 juli 2013, waaruit blijkt dat hij eenmaal eerder door de strafrechter is veroordeeld, doch niet terzake van een soortgelijk feit als de thans bewezen verklaarde;
- de inhoud van het adviesrapport van de Reclassering Nederland, opgemaakt door C. Warnar en E.A. Smits d.d. 22 juni 2009;
- de inhoud van de hiervoor genoemde deskundigenrapporten;
- de inhoud van de door A.E. Grochowska, psychiater en J.B. Seinen, psycholoog, ter terechtzitting van het hof van 21 januari 2014 als getuige-deskundigen afgelegde verklaringen;
- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen.
- in het onder 4.A bewezen verklaarde geval, te weten: de verkrachting van [benadeelde 1], sprake is van een bijzonder gewelddadig feit, waarbij het slachtoffer onder bedreiging van een mes zeer verregaande seksuele handelingen moest ondergaan, alsmede van bijzonder schadelijke gevolgen voor het slachtoffer, namelijk aanzienlijk geestelijk letsel, hetgeen in het bijzonder naar voren is gekomen in de door haar ingediende slachtofferverklaringen en de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen slachtofferverklaring;
- het in het onder 6. bewezen verklaarde geval, te weten: de verkrachting van [benadeelde 2], gaat om een verkrachting in een bijzonder vernederende setting, aangezien sprake is van anale penetratie van het slachtoffer.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) jaren.