Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
feit 1 subsidiair),
feit 2 primair),
feit 3 primair) en
feit 4)
[stichting] in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 2 april 2008 te 's-Hertogenbosch en/of te Tiel en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de Besloten Vennootschap [rechtspersoon], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van [rechtspersoon] niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting(en) ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die artikelen bedoeld, immers heeft voornoemde stichting met dat opzet
aan de [stichting] in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 2 april 2008 te 's-Hertogenbosch en/of te Tiel en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de Besloten Vennootschap [rechtspersoon], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement is/was verklaard, te wijten is dat aan de in artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen niet is/was voldaan en/of dat de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is en/of die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat werden te voorschijn gebracht, immers heeft/had voornoemde stichting
[stichting] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 2 april 2008 te 's-Hertogenbosch en/of te Tiel, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [rechtspersoon], welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [rechtspersoon] baten niet verantwoord heeft/had en/of enig goed aan de boedel heeft/had onttrokken, immers heeft de [stichting] met dat opzet
[rechtspersoon] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 2 april 2008 te 's-Hertogenbosch en/of te Tiel, in elk geval in Nederland, welke voornoemde Besloten Vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s), (een) bate(n) niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft zij met dat opzet
hij in of omstreeks de periode van 5 april 2006 tot en met 31 december 2006 te 's-Hertogenbosch en/of te Tilburg en/of te Zeist, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van (een) maandelijkse uitkering(en) (tot een totaalbedrag van (ongeveer) 20.507,20 euro) krachtens een zogenaamde Werkattentpolis van [rechtspersoon] bij [benadeelde], in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
hij in of omstreeks de periode van 5 april 2006 tot en met 30 mei 2006 te 's-Hertogenbosch en/of te Tilburg en/of te Zeist, in elk geval in Nederland, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid één of meer gegevens heeft verstrekt aan [benadeelde] en/of [bank], zijnde degene door wie of door wiens tussenkomst een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens een zogenaamde Werkattentpolis van [rechtspersoon] bij [benadeelde], werd verleend, immers heeft verdachte aan de [bank] en/of de [benadeelde] gemeld dat [betrokkene] per 1 januari 2006 bij [rechtspersoon] in dienst was en/of die [betrokkene] met ingang van 5 april 2006 ziek gemeld, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;
hij op of omstreeks 1 januari 2006 te 's-Hertogenbosch, een arbeidsovereenkomst - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een ‘arbeidsovereenkomst bepaalde tijd’ tussen [rechtspersoon] en [betrokkene] opgemaakt, althans doen of laten opmaken en/of ondertekend, zulks terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen [rechtspersoon] en [betrokkene], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
verdachte’. Het hof leest ‘verdachte’ hier als ‘[betrokkene]’ nu de aanduiding ‘verdachte’ moet worden gezien als een kennelijke verschrijving, immers deze ‘arbeidsovereenkomst bepaalde tijd’ is opgemaakt tussen ‘[rechtspersoon] en [betrokkene]’ (p. 1204-1208 van het dossier).
[stichting] in de periode van 1 januari 2007 tot en met 2 april 2008 te ’s-Hertogenbosch, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de Besloten Vennootschap [rechtspersoon], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [rechtspersoon] niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en het te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers heeft voornoemde stichting met dat opzet
[stichting] in de periode van 11 juli 2007 tot en met 2 april 2008 te ’s-Hertogenbosch, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [rechtspersoon], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 11 juli 2007 in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [rechtspersoon] baten niet verantwoord heeft en enig goed aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft de [stichting] met dat opzet
hij in de periode van 5 april 2006 tot en met 31 december 2006 te ’s-Hertogenbosch, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen [benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van maandelijkse uitkeringen (tot een totaalbedrag van 20.507,20 euro) krachtens een zogenaamde Werkattentpolis van [rechtspersoon] bij [benadeelde], hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid
hij op 1 januari 2006 te 's-Hertogenbosch, een arbeidsovereenkomst - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk een ‘arbeidsovereenkomst bepaalde tijd’ tussen [rechtspersoon] en [betrokkene] opgemaakt, althans laten opmaken en ondertekend, zulks terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen [rechtspersoon] en [betrokkene], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
en
Oplichting.
Valsheid in geschrift.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 20.507,20 (twintigduizend vijfhonderdzeven euro en twintig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 20.507,20 (twintigduizend vijfhonderdzeven euro en twintig cent) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
137 (honderdzevenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.