Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- te bepalen dat de man vanaf 7 september 2011 niet onderhoudsplichtig is jegens de vrouw dan wel subsidiair de onderhoudsbijdrage vanaf 7 september 2011 op nihil te stellen, dan wel meer subsidiair te matigen tot nihil vanwege verwijtbare gedragingen aan de zijde van de vrouw;
- subsidiair, te bepalen dat de man geen draagkracht heeft vanaf 7 september 2011 en de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw op nihil te stellen;
- tevens te bepalen dat de vrouw tot terugbetaling is gehouden van hetgeen zij ter uitvoering van de bestreden beschikking op de man heeft geïncasseerd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betaaldata tot de dag der terugbetaling.
- de man, bijgestaan door mr. De Wit-de Witte;
- de vrouw, bijgestaan door mr. De Wit.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 19 maart 2013;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 23 april 2014;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 24 april 2014.
3.De beoordeling
- de aanvullende behoefte van de vrouw (grief 2);
- de draagkracht van de man (grief 3);
- een verzoek van de man om te bepalen dat de vrouw de door haar te veel ontvangen