Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in het personen- en familierecht zijn moeder, pleegvader, pleegmoeder en het minderjarig kind in hoger beroep gekomen tegen een tussenbeschikking van de rechtbank Limburg. De rechtbank had de beslissing op het verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot verlening van een machtiging aangehouden tot een nadere mondelinge behandeling.
Appellanten hebben verzocht de beschikking te vernietigen en het verzoek van de stichting af te wijzen. Tijdens de mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid van het hoger beroep verschenen appellanten niet, hoewel zij waren opgeroepen.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 358 lid 4 Rv Pro hoger beroep tegen een tussenbeschikking alleen samen met het hoger beroep tegen de eindbeschikking kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders bepaalt. De bestreden beschikking is een tussenbeschikking waartegen geen hoger beroep mogelijk is en de rechtbank had niet bepaald dat dit wel kon.
Daarom verklaart het hof appellanten niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Tevens is het inleidende verzoek van de stichting inmiddels ingetrokken, waardoor appellanten geen belang meer hebben bij het hoger beroep. Het hof wijst het meer of anders verzochte af en veroordeelt appellanten niet tot kosten.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking.