Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 237488/12-1106)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- Volledige gerechtskosten voor de heer [appellant] omdat zijn eis ongegrond is.
- Kwijtschelding te betalen restbedrag van 2000 euro omdat de werken niet af zijn.
- Terugvordering van de reeds betaalde 2000 euro omdat de werken opnieuw dienen uitgevoerd te worden + vernielingen aan meubilair te herstellen,
- Vordering van aanschaf nieuwe kastdeuren en ladepanelen + lades + verlichting wegens ontvreemding.”
- de overeenkomst moet als ontbonden worden beschouwd (art. 6:265 BW Pro) wegens een tekortkoming aan de zijde van [appellant], namelijk de weigering van [appellant] om de werkzaamheden te voltooien;
- op grond van die ontbinding is de verbintenis van [geïntimeerde] om het onbetaald gebleven bedrag van (maximaal) € 2.000,-- alsnog te betalen, op de voet van artikel 6:271 BW Pro vervallen, zodat de vordering van [appellant] in conventie moet worden afgewezen;
- de ontbinding van de overeenkomst brengt verder mee dat voor [appellant] op de voet van artikel 6:271 BW Pro de verbintenis is ontstaan om de door hem ontvangen prestatie (de betaling van € 2.000,--) ongedaan te maken door dat bedrag terug te betalen aan [geïntimeerde], welke vordering in reconventie moet worden toegewezen;
- de waarde die de door [appellant] verrichte prestatie voor [geïntimeerde] heeft gehad, moet op nihil worden gesteld omdat [geïntimeerde] het werk geheel opnieuw zal moeten laten uitvoeren, zodat de vergoeding die [geïntimeerde] als ongedaanmakingsverbintenis aan [appellant] moet voldoen op de voet van artikel 6:272 BW Pro op nihil moet worden gesteld;
- [appellant] is verder in de nakoming van de overeenkomst te kort geschoten door te weigeren de kastdeurtjes en lades terug te geven. [appellant] moet de schade die [geïntimeerde] daardoor heeft geleden, en die gesteld kan worden op € 619,--, vergoeden.