ECLI:NL:GHSHE:2014:2227

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 juli 2014
Publicatiedatum
22 juli 2014
Zaaknummer
HD 200.124.058_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 EEX-VerordeningArt. 2 EEX-VerordeningArt. 3 lid 1 EEX-VerordeningArt. 6 EEX-VerordeningArt. 1 lid 1 sub a Weens Koopverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Financiële afwikkeling van samenwerking en beoordeling van verrekening en opschorting

Partijen, Haros B.V. en Andpol, waren van 2006 tot 2009 betrokken bij koopovereenkomsten waarbij Andpol meubels leverde aan Haros, bestemd voor Leen Bakker Nederland B.V. Bij gebreken aan de meubels golden afspraken over reparaties door Kleine-Solutions B.V. (KS) en retournering van onherstelbare meubels. Andpol vorderde betaling van €50.185,-, terwijl Haros zich op opschorting en verrekening beriep met betrekking tot reparatie- en herstelkosten.

De rechtbank had het beroep van Haros op opschorting en verrekening verworpen en de vordering van Andpol toegewezen, maar Haros ging in hoger beroep met vijf grieven. Het hof stelde vast dat het geschil internationale aspecten heeft en dat Pools recht van toepassing is op de koopovereenkomsten, terwijl Nederlands recht geldt voor proces- en bewijsrecht.

Haros stelde dat een derde afspraak bestond over eigen herstelkosten, maar het hof oordeelde dat dit niet uit het bewijs volgde en dat de bewijslast bij Haros lag. Het hof wees grief 1 af. Ten aanzien van de verrekening van reparatiekosten was onduidelijkheid over de feiten en de standpunten van partijen, waardoor het hof een comparitie gelastte om nadere toelichting en bewijs te verkrijgen en partijen te stimuleren tot een minnelijke regeling.

De behandeling van andere grieven werd aangehouden in afwachting van de comparitie. Het hof bepaalde dat partijen zich met volmacht tot minnelijke regeling zullen melden bij de raadsheer-commissaris en stelde nadere procedurele termijnen vast.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen voor nadere bewijslevering en minnelijke regeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.124.058/01
arrest van 22 juli 2014
in de zaak van
Haros B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als Haros,
advocaat: mr. K. van Mierlo te Oss,
tegen

1.Andpol [bedrijf],gevestigd te [vestigingsplaats] (Polen),

2.
[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats] (Polen),
3.
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats] (Polen),
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als Andpol,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,
op het bij exploot van dagvaarding van 12 maart 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 december 2012, gewezen tussen Haros als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en Andpol als eisers in conventie, verweerders in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 239331 / HAZA 11-1654)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van Haros;
- de antwoordakte van Andpol.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4.De beoordeling

4.1.
Met grief 1 voert Haros aan dat er, kort gezegd, een omissie is in de door de rechtbank vastgestelde feiten, waarover in 4.8 zal worden geoordeeld. In dit hoger beroep kan overigens worden uitgegaan van de volgende vaststaande (en in appel niet bestreden) feiten.
4.1.1.
Partijen hebben vanaf eind 2006 tot begin 2009 – kennelijk op basis van een mondelinge raamovereenkomst – afzonderlijke koopovereenkomsten gesloten, op grond waarvan Andpol meubels heeft verkocht aan Haros. De meubels waren bestemd voor een afnemer van Haros, Leen Bakker Nederland B.V.
4.1.2.
Aanvankelijk heeft Andpol de verkochte meubels bij Haros afgeleverd. Later heeft zij de meubels afgeleverd in het magazijn van Leen Bakker Nederland B.V. in [plaats].
4.1.3.
Indien er na aflevering gebreken aan de meubels werden geconstateerd, golden tussen partijen (in ieder geval) de volgende twee afspraken:
Nog te repareren gebreken werden gerepareerd door Kleine-Solutions B.V. (hierna: KS). Voor de door KS aldus uitgevoerde reparaties zond KS facturen aan Haros, die deze facturen doorzond aan Andpol. Laatstgenoemde betaalde de facturen aan Haros of zond haar er creditnota’s voor.
In het geval dat de meubels dusdanige gebreken vertoonden dat deze niet meer gerepareerd konden worden, retourneerde Haros deze meubels aan Andpol. Zij zond daarvoor dan creditnota’s aan Haros.
4.2.
In de onderhavige procedure vordert Andpol in conventie betaling van € 50.185,- met rente en kosten. Aan deze vordering heeft Andpol nakoming van de door partijen gesloten koopovereenkomsten ten grondslag gelegd.
4.3.
Haros heeft de koopovereenkomsten niet bestreden maar als verweer zich beroepen op opschorting en verrekening. Haros stelt daartoe dat de door Andpol geleverde meubelen gebreken vertoonden en dat zij in verband daarmee:
een deel daarvan door KS heeft laten repareren (vgl. 4.1.3 onder a, hierna: vordering a) voor een totaalbedrag van € 21.271,25,
een deel daarvan aan Andpol heeft geretourneerd (vgl. 4.1.3 onder b, hierna: vordering b) voor een totaalbedrag van € 92.016,72, en
een deel daarvan zelf heeft hersteld (hierna: vordering c) voor een totaalbedrag van € 9.413,-.
De met dit alles gemoeide kosten vordert Haros in reconventie, te weten primair € 125.316,97, althans subsidiair € 74.273,47, alles vermeerderd met rente en kosten.
4.4.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank in conventie het beroep van Haros op opschorting en verrekening verworpen en de vordering van Andpol toegewezen tegen zekerheidsstelling, met veroordeling van Haros in de proceskosten. In reconventie is vordering a afgewezen, is Haros in de gelegenheid gesteld om vordering b nader te specificeren en onderbouwen en is Haros ten aanzien van vordering c toegelaten tot bewijs.
4.5.
Haros heeft in hoger beroep vijf grieven aangevoerd. Haros heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vordering van Andpol en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen.
4.6.
Bij de beoordeling van de grieven stelt het hof het volgende voorop.
4.6.1.
Haros is in Nederland gevestigd en Andpol in Polen. Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is er kennis van te nemen. Dat is het geval: het geschil betreft een handelszaak als bedoeld in artikel 1 van Pro de EEX-Verordening. Ingevolge artikel 2 van Pro deze verordening heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht als de rechter van de lidstaat waar de gedaagde partij – Haros te [plaats] – woonplaats heeft. Op de voet van het bepaalde in artikel 3 lid 1 juncto Pro artikel 6, aanhef en derde lid, van de EEX-Verordening komt de Nederlandse rechter ook voor wat betreft de reconventionele vorderingen rechtsmacht toe.
4.6.2.
De koopovereenkomsten tussen partijen zijn gesloten in de periode 2006-2009. Ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst was Haros in Nederland gevestigd en Andpol in Polen. Daarmee valt de tussen partijen gesloten koopovereenkomst binnen het materiële en formele toepassingsgebied van het Weens Koopverdrag. Gelet op het bepaalde in artikel 1 lid 1 sub a Weens Pro Koopverdrag zijn de bepalingen van het Weens Koopverdrag daardoor rechtstreeks van toepassing. Niet gesteld of gebleken is dat partijen de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag hebben uitgesloten.
4.6.3.
Vragen met betrekking tot de door het Weens Koopverdrag geregelde onderwerpen die in dit verdrag niet uitdrukkelijk zijn geregeld, worden opgelost aan de hand van de algemene beginselen waarop dit verdrag berust, en bij gebreke van zodanige beginselen in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht (artikel 7 lid 2 Weens Pro Koopverdrag). Aan de vordering liggen koopovereenkomsten ten grondslag, gesloten in de periode 2006-2009. Het op de vordering toepasselijke recht dient derhalve te worden bepaald aan de hand van het Verdrag van de EEG inzake het recht dat van toepassing is op verbintenis uit overeenkomst (Rome, 19 juni 1980; hierna: het EVO). Van een rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVO blijkt niet. Ingevolge artikel 4 lid 1 van Pro het EVO wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Dit is – zo wordt in artikel 4 lid 2 van Pro het EVO vermoed– het recht van het land waar de partij, die de kenmerkende prestatie moest verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats had, dan wel – wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft – haar hoofdbestuur heeft. De kenmerkende prestatie bestond uit het leveren van meubels. Deze diende te worden verricht door Andpol uit Polen, zodat Pools recht op de vorderingen van toepassing is.
4.6.4.
Op het proces- en bewijsrecht is het Nederlandse recht van toepassing als de “lex fori”.
4.7.
Met grief 1 bestrijdt Haros de vastgestelde feiten en de bewijsopdracht. Volgens Haros had de rechtbank naast de twee volgens haar vaststaande afspraken tussen partijen (zie 4.1.3 onder a en b) – in plaats van bewijs ervan op te dragen – ook als vaststaand moeten aannemen de door Haros gestelde (derde) afspraak dat ingeval van gebreken aan de door Andpol geleverde meubels die KS niet (meer) zou kunnen herstellen Haros deze gebreken zelf zou herstellen en de daarmee gemoeide kosten bij Andpol in rekening zou brengen, waarna Andpol de betreffende facturen zou betalen of Haros daarvoor creditnota’s zou zenden (zie 4.3 onder c). Deze afspraak zou volgens Haros – zo stelt zij nu in appel – op Koninginnedag 2006 gemaakt zijn en door Andpol in haar e-mailbericht van 2 april 2007 aan Haros bevestigd zijn. In dat e-mailbericht staat, voor zover van belang:
“(...) ps. concern “klachten” from Leen Bakker – these which can be repair in Holand please let them make, this which not we will pick up. (...).”
4.8.
Het hof overweegt als volgt. Uit het e-mailbericht van 2 april 2007 volgt de door Haros gesteld afspraak niet. Daarin schrijft Andpol immers aan Haros niet meer dan dat zij meubels waarover klachten van Leen Bakker zijn moet
latenrepareren, hetgeen duidt op repareren door een derde, een ander dan Haros.
Nu Haros zich beroept op de rechtsgevolgen van het door haar gestelde feit, kort gezegd dat zij op grond van een met Andpol gemaakte afspraak gerechtigd is kosten van door haar zelf gepleegd herstel bij Andpol in rekening te brengen en Andpol dit gemotiveerd betwist, rust de bewijslast van dat feit op Haros. De rechtbank heeft Haros aldus terecht tot bewijs toegelaten. Grief 1 treft daarom geen doel.
4.9.
Met grief 4 wordt geklaagd over de afwijzing van vordering a (zie 4.3 onder a). Haros betwist, gelijk zij naar haar zeggen in eerste aanleg deed, het door Andpol aangevoerde, te weten dat Haros de door Andpol aan haar verschuldigde kosten van door KS uitgevoerde reparaties heeft verrekend met hetgeen zij (Haros) aan Andpol verschuldigd was voor geleverde meubels.
4.10.
Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat Haros aan KS in totaal in de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010 voor door haar (KS) uitgevoerde reparaties € 21.271,25 incl. BTW was verschuldigd en dat Haros dit bedrag aan KS heeft voldaan. Evenmin is in geschil dat Andpol dit bedrag aan Haros verschuldigd is (of was). Ter discussie staat of Andpol dit bedrag (door middel van verrekening) heeft voldaan aan Haros.
4.11.
De stellingen van partijen over en weer blinken niet uit in duidelijkheid. In eerste aanleg heeft Haros – in reactie op het verweer van Andpol dat Haros kosten had verrekend – de stelling ingenomen dat Andpol de kosten van door KS uitgevoerde reparaties niet (door middel van verrekening) aan haar had betaald. In appel voert Haros aan dat zij de door haar zelf gemaakte reparatiekosten heeft opgeteld bij de kosten van de door KS uitgevoerde reparaties en dit totaalbedrag aan Andpol heeft gefactureerd en dat zij niet met Andpol heeft verrekend de kosten van door KS uitgevoerde reparaties (= vordering a) maar dat zij de door haar zelf gemaakte reparatiekosten wel heeft verrekend met door haar aan Andpol verschuldigde bedragen (= kennelijk vordering c?). Haros bestrijdt kennelijk niet de opstelling die Andpol als productie 10 bij conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie heeft overgelegd, waaruit volgt dat Haros meer heeft gefactureerd aan Andpol dan alleen de kosten van KS. Mogelijk betreft dat meerdere (een deel van) de door Haros zelf gemaakte reparatiekosten. Haros dient hierover in een nader, voorafgaand aan de te houden comparitie van partijen aan het hof en de wederpartij toe te zenden, stuk helderheid te verschaffen.
4.12.
Evenmin is (helemaal) helder wat Andpol bedoelt met haar verweer dat Haros door middel van verrekening heeft betaald. Ter onderbouwing heeft Andpol bij conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie als productie 11 overgelegd facturen van Haros aan haar betreffende reparaties, alsmede bankafschriften, waaruit lijkt te volgen dat Haros (in ieder geval) een aantal van die facturen heeft verrekend. Op sommige facturen wordt gesproken over kosten van KS of derden. Op sommige facturen wordt vermeld
“door ons”(=Haros) gemaakte reparatiekosten. Op sommige bankafschriften wordt bij een betaling van Haros aan Andpol met zoveel woorden vermeld
“min onze faktuur”, op sommige andere facturen niet. Andpol zal helderheid moeten verschaffen over de volgende punten: wat was Haros (op basis van welke facturen van Andpol) aan haar verschuldigd en wat heeft Haros op die facturen verrekend (en op basis van welke facturen van Haros). Andpol dient voorafgaand aan de te houden comparitie van partijen een overzicht met deze bedragen over te leggen en daar de onderliggende facturen en bankafschriften bij te doen. Steeds per post zal moeten worden aangegeven welke onderliggende stukken daarbij horen.
4.13.
Het hof heeft derhalve behoefte aan nadere inlichtingen. Daartoe wordt een comparitie van partijen gelast. Tijdens die comparitie zullen partijen in ieder geval hun standpunten nader moeten toelichten over hetgeen in 4.11 en 4.12 is overwogen en zullen zij in de gelegenheid worden gesteld te reageren op de door de andere partij vóór de comparitie toe te zenden stukken. De comparitie zal tevens dienen om te onderzoeken of partijen geheel of ten dele tot een minnelijke regeling kunnen komen. Indien voor Andpol bijstand door een tolk gewenst is, dient zij dat zelf te organiseren.
4.14.
Partijen dienen bescheiden waarop zij ter comparitie een beroep wensen te doen uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris. Daartoe behoren in elk geval de onder 4.11 en 4.12 vermelde bescheiden die Haros respectievelijk Andpol dient toe te zenden.
4.15.
De behandeling van grief 2 (waarmee wordt geklaagd over het door de rechtbank op de voet van artikel 6:136 BW Pro passeren van het beroep op opschorting), grief 3 (die opkomt tegen het door de rechtbank passeren van het beroep op verrekening) en grief 5 (die zich keert tegen toewijzing van de vordering van Andpol met rente en kosten) zal worden aangehouden in afwachting van de te houden comparitie van partijen.

5.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen – deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – zullen verschijnen voor mr. I. Bouter als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder 4.13 vermelde doeleinden;
verwijst de zaak naar de rol van 5 augustus 2014 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;
verzoekt partijen kopieën van de hiervoor onder 4.11 en 4.12 bedoelde informatie uiterlijk twee weken voor de comparitie te doen toekomen aan de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, M.J.H.A. Venner-Lijten en I. Bouter en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 juli 2014.