Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [de zoon], bijgestaan door mr. Slof;
- de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw M.L.A. Betorina en mevrouw E. Heerings;
- de vader.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een minderjarige die in een gesloten jeugdzorginstelling is geplaatst vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. De rechtbank had een machtiging verleend tot gesloten plaatsing tot zijn meerderjarigheid. De minderjarige ging in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat een open setting voldoende zou zijn en dat hij zich aan afspraken hield. Hij erkende echter ook het gebruik van softdrugs en het niet altijd nakomen van afspraken.
De stichting voerde aan dat de problematiek ernstig is en dat de minderjarige onvoldoende zelfinzicht heeft om in een open setting tot gedragsverandering te komen. Er waren afspraken gemaakt over urinecontroles en verblijfplaatsen, die niet volledig werden nageleefd. De vader erkende dat het beter gaat met de minderjarige, maar benadrukte dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is voor zijn welzijn.
Het hof oordeelde dat ondanks de positieve ontwikkelingen de gesloten plaatsing noodzakelijk blijft om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg onttrekt. Het traject met doelen zoals kamertraining moet worden afgerond, en gezien de korte resterende tijd tot zijn meerderjarigheid is er geen alternatief traject mogelijk. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd tot zijn meerderjarigheid.