Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[geintimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
- het tussenvonnis van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht, van 1 juli 2009, gewezen tussen JHE als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en de [geintimeerden] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie;
- het eindvonnis van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht, van 30 juni 2010, gewezen tussen JHE als eiseres in conventie en de [geintimeerden] als gedaagden in conventie, zoals op de voet van artikel 31 Rv Pro verbeterd en op de voet van artikel 32 Rv Pro aangevuld bij herstelvonnis van 25 augustus 2010.
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 327104 CV EXPL 09-1216)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- de goten zijn versleten, met als gevolg daarvan watersporen langs de buitengevels en waterdoorslag aan de binnenzijde van de buitengevels;
- er is sprake van scheefliggende of loskomende leien op het dak, met als gevolg daarvan lekkagesporen op de plafonds op de derde verdieping (zolderverdieping);
- de loodslabben en loketten zijn op, met als gevolg daarvan waterdoorslag ter hoogte van de schoorsteen;
- de houten buitengevelkozijnen zijn op diverse plaatsen eerder hersteld doch verrot;
- het voegwerk van de buitengevels is aangetast door vocht;
- boven de entree is de top van de siergevel bovendaks naar binnen scheefgezakt;
- het eind van de levensduur van de bitumineuze bedekking op het plat dak boven de keuken en van de loodslabben langs de rand van dat dak is al langere tijd bereikt.
- nadere vaststelling van de tussen JHE en de [geintimeerden] geldende huurprijs op de voet van artikel 7:303 BW Pro op een bedrag van € 32.167,51 exclusief btw per jaar met ingang van 22 december 2005 althans 6 januari 2006;
- veroordeling van de [geintimeerden] om met ingang van 22 december 2005 althans 6 januari 2006 aan JHE het verschil te betalen tussen de nader vastgestelde huurprijs en de feitelijk betaalde huurprijs, vermeerderd met wettelijke rente;
- veroordeling van JHE om al het in het rapport van [rapporteur van ZNEB B.V.] van 5 maart 2009 (hof: bedoeld is kennelijk 29 april 2009) omschreven achterstallig groot onderhoud op te heffen c.q. alle in het rapport geconstateerde gebreken te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- de huurprijs met ingang van 1 juni 2009 te verminderen met 30% tot de dag waarop de gebreken conform het rapport zijn hersteld;
- geoordeeld dat de huurprijs nader moet worden vastgesteld op het door de deskundige Vanhijfte geadviseerde bedrag van € 31.000,-- exclusief btw per jaar;
- geoordeeld dat gelet op de kennelijk deplorabele staat van onderhoud van het gehuurde de nieuwe huurprijs pas in moet gaan nadat op zijn minst een begin is gemaakt met het verrichten van (het niet voor rekening van de [geintimeerden] komende) groot onderhoud en grote reparaties aan het gehuurde;
- beslist dat de huurprijs van het gehuurde met ingang van 1 januari 2011 wordt vastgesteld op € 31.000,-- exclusief btw per jaar.
5.De uitspraak
- stelt de ingangsdatum van de nader vastgestelde huurprijs vast op 6 januari 2006;
- veroordeelt de [geintimeerden] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van JHE tot op heden begroot op € 72,25 aan dagvaardingskosten, € 603,33 aan kosten van het deskundigenbericht, € 297,-- aan vast recht en € 300,-- aan salaris gemachtigde en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;