Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 224312/HA ZA 11-48)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Indien één van de partijen, na bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst of deurwaardersexploit in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen is deze partij in verzuim en heeft de wederpartij de al dan niet subsidiaire keus tussen:
uitvoering van de overeenkomst te verlangen, in welk geval de partij die in verzuim is na afloop van voormelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien ingegane dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd is van drie pro mille van de koopprijs; of
(…)
Betaalde of verschuldigde boete strekt in mindering op eventueel verschuldigde schadevergoeding met rente en kosten.
(…)’
in conventievoor recht verklaard dat Gispro geen contractuele boete is verschuldigd aan [appellante], met veroordeling van [appellante] in de proceskosten, en onder afwijzing van het meer of anders gevorderde.
In reconventieheeft de rechtbank Gispro veroordeeld tot vergoeding van de bij staat op te maken schade van [appellante] vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 februari 2011. Daarbij heeft de rechtbank de proceskosten tussen partijen gecompenseerd en de overige vorderingen van [appellante] afgewezen.
- Gispro in een brief aan [tankstationhouder] van 5 juli 2010, die zij cc naar [appellante] heeft gestuurd, heeft gewezen op een boete die opliep, terwijl in de verhouding tussen Gispro en [tankstationhouder] geen sprake was van een vaste, gefixeerde boete;
- Gispro in brieven aan [tankstationhouder] van 22 en 28 juli 2010 melding heeft gemaakt van de boete van € 900,00 per dag die zij aan [appellante] verbeurde, deze brieven in het geding heeft gebracht en de brief van 22 juli 2010 heeft aangehaald in de inleidende dagvaarding;
- Gispro bij inleidende dagvaarding heeft gevorderd [tankstationhouder] te veroordelen om aan haar te vergoeden de contractuele boete die zij aan [appellante] is verschuldigd;
[tankstationhouder]te veroordelen om aan Gispro te vergoeden de boetes die zij aan [appellante] is verschuldigd. Ook hiervoor geldt dat Gispro kennelijk rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat zij boetes verbeurde aan [appellante] en dit mede als drukmiddel jegens [tankstationhouder] heeft gebruikt teneinde te bereiken dat het perceel zo spoedig mogelijk werd geleverd, maar dat betekent nog niet dat sprake is van een toezegging aan [appellante] of een gerechtelijke erkentenis als hiervoor bedoeld. Voorts valt ook uit de door [appellante] aangehaalde passage in de inleidende dagvaarding (alinea nummer 3.9) geen gerechtelijke erkentenis door Gispro van de juistheid van de stellingen van [appellante] af te leiden. Verder valt uit bovenbedoelde brief van 24 juni 2011 – waarin Gispro slechts zekerheid voor de betaling van de boetes aanbiedt kennelijk teneinde te bewerkstelligen dat [appellante] zo spoedig mogelijk zal meewerken aan de levering van het perceel – evenmin een toezegging van Gispro aan [appellante] af te leiden dat de boetes zonder meer zullen worden voldaan. Tot slot valt uit de brief van Gispro aan [tankstationhouder] van 5 juli 2010, waarin slechts wordt gewezen op de boete conform de tussen Gispro en [tankstationhouder] gesloten koopovereenkomst, evenmin een toezegging of gerechtelijke erkentenis als hiervoor bedoeld af te leiden.
ter zake van haar sloopverplichtingcontractuele boetes heeft verbeurd aan [appellante], neemt het hof tot uitgangspunt dat Gispro tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om de opstallen e.d. tijdig te slopen en te verwijderen van het perceel. Tussen partijen is immers niet in geschil dat Gispro ingevolge artikel 10 lid 2 van Pro koopovereenkomst II verplicht was om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk op 25 april 2010 de opstallen e.d. zouden zijn gesloopt en verwijderd van het perceel, terwijl voorts vaststaat dat Gispro op genoemde datum niet aan haar sloopverplichting had voldaan.
ter zake van haar sloopverplichtingvanaf 3 mei 2010 de contractuele boete van € 900,00 per dag aan [appellante] verbeurd.
ter zake van haar leveringsverplichting.
5.De uitspraak
- op € 263,00 aan verschotten en € 904,00 aan salaris advocaat voor de procedure in eerste aanleg in conventie;
- op € 5.000,00 aan salaris advocaat voor de procedure in eerste aanleg in reconventie;
- op € 795,45 aan verschotten en € 6.526,00 aan salaris advocaat voor het principaal appel;
- op € 3.263,00 aan salaris advocaat voor het incidenteel appel;
- voor wat betreft de nakosten op € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,00 vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden; en
- bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;