Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De minderjarige, onder toezicht gesteld en verblijvend in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, was het niet eens met de verlenging van de machtiging tot gesloten plaatsing voor twaalf maanden. Hij stelde beroep in tegen deze beslissing, waarbij het hof zich beperkte tot de duur van de machtiging vanaf 13 december 2014.
Het hof oordeelde dat de instemmingsverklaring die vereist is op grond van artikel 29b lid 5 van de Wet op de jeugdzorg niet zorgvuldig tot stand was gekomen. De gedragswetenschapper die deze verklaring had afgegeven, was eerder betrokken geweest bij het besluitvormingsproces omtrent de plaatsing, waardoor de formele vereisten niet waren nageleefd.
De stichting had haar interne beleid aangepast naar aanleiding van een eerdere beschikking van het hof, maar de instemmingsverklaring van 23 april 2014 was nog gebaseerd op het oude beleid. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de formele vereisten van artikel 29b Wjz.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking voor zover deze betrekking had op de periode vanaf 13 december 2014 en wees het verzoek van de stichting tot verlenging van de machtiging af vanaf die datum.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten plaatsing is vernietigd vanaf 13 december 2014 en het verzoek van de stichting tot verlenging afgewezen vanaf die datum.