Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 171812 HA ZA 12-217)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
.
grieven 4 en 5zijn gelijkluidend, namelijk:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Begin 2004 droeg [geïntimeerde] een perceel grond over aan de Provincie Limburg onder een meerwaardeclausule die betaling voorschreef bij bestemmingswijziging met hogere waarde. In 2008 wijzigde de bestemming, waarna drie deskundigen een bindend advies uitbrachten over de meerwaarde, gebaseerd op een compromis van circa €247.000 plus wettelijke rente.
De Provincie betwistte de gebondenheid aan dit advies, stellende dat het advies onredelijk was, gebaseerd op een compromis zonder objectieve waardering, en dat de deskundigen buiten hun opdracht waren getreden. De rechtbank wees de vorderingen van de Provincie af en veroordeelde tot betaling van de meerwaarde zonder rente.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de bindend adviseurs binnen hun opdracht bleven, dat het compromis passend was gezien de aard van de waardering en de verschillen in methoden en inzichten. Het hof oordeelde dat de Provincie niet kon eisen dat één specifieke waarderingsmethode werd gevolgd en dat het bindend advies voldoende gemotiveerd was. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de Provincie in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat de Provincie Limburg gehouden is tot betaling van de meerwaarde conform het bindend advies.