Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Cremers.
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een gezamenlijk kind dat bij de vrouw woont. Na de echtscheiding heeft de rechtbank bepaald dat de man een maandelijkse bijdrage van €270 moet betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind, ingaand 9 september 2013.
De man is in hoger beroep gekomen en betwist zijn draagkracht vanwege een arbeidsongeschiktheidsuitkering sinds oktober 2013 en nieuwe schulden. Hij stelt dat hij niet in staat is de bijdrage te betalen zonder in zijn noodzakelijke levensonderhoud tekort te schieten. De vrouw betwist deze stellingen.
Het hof heeft vastgesteld dat de behoefte van het kind €280,56 bedraagt, verminderd met het kindgebonden budget van €84, zodat de netto behoefte €196,56 is. Uit de stukken en zitting blijkt dat de man door ernstige mishandeling psychisch en lichamelijk beperkt is, waardoor zijn inkomen sterk is gedaald en zijn lasten zijn toegenomen. Ook is hij geconfronteerd met juridische kosten door een onterechte verdenking in een strafzaak.
Gezien deze omstandigheden en de financiële noodtoestand van de man, oordeelt het hof dat hij geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van het kind. Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot vaststelling van een bijdrage af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind af wegens het ontbreken van draagkracht bij de man.