Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats 1],
[appellante],wonende te [woonplaats 1],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de parketmonteur tekort was geschoten door een eikenhouten parketvloer iets scheef te leggen ten opzichte van de wanden van de woonkamer. De opdrachtgevers hadden de vloer laten leggen met de eis dat deze naadloos zou aansluiten op een later te leggen leisteenvloer in de keuken, waarvoor een verhoging in de ondervloer was aangebracht.
De parketmonteur had voorafgaand aan de werkzaamheden met een van de opdrachtgevers besproken dat de vloer iets gedraaid zou worden gelegd om een esthetisch optimale aansluiting op twee zichtlocaties te realiseren. De opdrachtgevers stelden later dat de vloer recht gelegd had moeten worden en vorderden verwijdering en herlegging.
De rechtbank oordeelde dat geen tekortkoming was en dat oordeel werd door het hof bekrachtigd. Het hof stelde dat de vooraf gemaakte afspraken en instemming met de legwijze onderdeel van de overeenkomst vormden, zodat de parketmonteur niet aansprakelijk was voor het iets scheef leggen van de vloer. De vorderingen van de opdrachtgevers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wees de vorderingen af en bevestigde dat de parketmonteur niet tekort was geschoten.