Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde sub 2]wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde sub 3],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde sub 4],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze civiele zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen vonnissen van de rechtbank Limburg en Maastricht inzake de verdeling van de nalatenschap van mevrouw erflaatster, die op 26 september 2008 overleed. Appellant en geïntimeerden zijn erfgenamen, ieder gerechtigd tot een zesde deel van de nalatenschap, waaronder een woning te [plaats].
De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van €565,01 per maand vanaf oktober 2008 tot het moment van vertrek uit de woning, en tot betaling van gebruikslasten over een deel van die periode. Tevens wees de rechtbank de vordering van appellant tot uitgesteld loon af. Appellant stelde dat partijen tijdens een comparitie een andere regeling hadden getroffen voor de gebruiksvergoeding en vorderde een lagere vergoeding, alsmede vergoeding van te veel betaalde gebruikslasten en toekenning van uitgesteld loon.
Het hof oordeelde dat partijen tijdens de comparitie een gebruiksvergoeding van 2,5% over de netto verkoopopbrengst minus hypotheekschuld voor een periode van 54 maanden waren overeengekomen, en dat deze berekeningswijze redelijk en billijk is. De rechtbank had ten onrechte een hogere vergoeding vastgesteld. Voor de gebruikslasten stelde het hof vast dat appellant een bedrag van €1.512,78 aan de nalatenschap verschuldigd is, minder dan de rechtbank had bepaald. De vordering tot uitgesteld loon werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en verjaring.
Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen eerdere vonnissen, vernietigde het vonnis over gebruiksvergoeding en gebruikslasten, en veroordeelde appellant conform de nieuwe berekeningen tot betaling van gebruiksvergoeding en gebruikslasten aan de nalatenschap. De kosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van een gebruiksvergoeding volgens de comparitie-afspraak en tot betaling van €1.512,78 voor gebruikslasten aan de nalatenschap, en wijst de vordering tot uitgesteld loon af.