Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure tot herroeping van arbitrale vonnissen vordert BDO op grond van artikel 220 lid 1 Rv Pro de verwijzing van de procedure naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om samen te voegen met een andere herroepingsprocedure die daar aanhangig is. BDO stelt dat sprake is van verknochtheid omdat de zaken materieel hetzelfde onderwerp betreffen en bij rechters van gelijke rang aanhangig zijn.
[Appellanten] verzetten zich niet tegen de verwijzing en voeging, maar wel tegen de proceskostenveroordeling. Het hof stelt vast dat de feitelijke en juridische geschilpunten in beide zaken identiek of zodanig samenhangend zijn dat consistentie van uitspraken gewenst is. Omdat niet vaststaat welke zaak eerst is aanhangig gemaakt, maar partijen geen bezwaar maken, wordt de verwijzing toegewezen.
De verwijzing leidt van rechtswege tot voeging van de zaken. De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, waar verder zal worden geprocedeerd. Het arrest is op 16 september 2014 uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen en van rechtswege gevoegd met een andere aanhangige herroepingsprocedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.