Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- primair: dat de kinderen om het weekend van vrijdag na school tot zondagavond na het eten bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader de kinderen weer terugbrengt, alsmede de helft van de vakanties en de feestdagen in onderling overleg te bepalen, althans een door het hof te bepalen zorg- en contactregeling;
- subsidiair: voor zover het hof van oordeel is dat het contact begeleid moet plaatsvinden, te bepalen dat de begeleiding zal plaatsvinden door een door de vader aan te wijzen persoon en dat het uitgangspunt van het begeleide contact zal moeten zijn het werken naar onbegeleid contact en dat het ook zal moeten leiden tot een uitbreiding van het contact. De vader verzoekt in dat geval de volgende regeling:
- de vader, bijgestaan door mr. Whiterod;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Rooy;
- Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad].
- de belemmeringen in het contact tussen de vader en de kinderen;
- de contra-indicaties voor contact tussen de vader en de kinderen;
- de communicatie tussen de ouders;
- het vaderbeeld van de kinderen;
- de mogelijkheden die worden gezien om de belemmeringen in het contact van de kinderen met de vader weg te nemen en een zo onbelast mogelijk contact tussen de vader en de kinderen mogelijk te maken;
- hoe dit contact dan vorm gegeven zou moeten worden;
- of en zo ja welke hulpverlening daartoe geïndiceerd is en in hoeverre de vader, de moeder en de kinderen bereid en/of om staat zijn hun medewerking aan die hulpverlening te verlenen.
- het rapport van de raad d.d. 14 april 2014;
- de verslagen van deelonderzoeken, overgelegd door de raad bij brief d.d. 22 april 2014;
- het V6-formulier met één bijlage van de advocaat van de vader d.d. 30 april 2014;
- het V8-formulier van de advocaat van de vader d.d. 1 mei 2014.
3.De beoordeling
- [dochter 1] (hierna: [dochter 1]), op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
- [dochter 2] (hierna: [dochter 2]), op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats].
4.De beslissing
- in de periode vanaf heden tot 1 mei 2015: één maal per zes weken op zaterdag gedurende zes uur, waarbij het contact begeleid wordt door de broer van de vader en/of de ouders van de vader en waarbij de vader [dochter 2] ophaalt bij de moeder en haar na afloop weer terugbrengt naar de moeder;
- in de periode vanaf 1 mei 2015: één maal per drie weken op zaterdag gedurende acht uur, waarbij het contact begeleid wordt door de broer van de vader en/of de ouders van de vader en/of de partner van de vader, mevrouw[de partner van de vader] en waarbij de moeder [dochter 2] naar de vader brengt en de vader [dochter 2] na afloop weer terugbrengt naar de moeder,