ECLI:NL:GHSHE:2014:384

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 februari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
20-002996-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3b Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak voor overtreding reclameverbod verboden verdovende middelen

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het maken van reclame voor de verkoop van verboden verdovende middelen, een overtreding van artikel 3b, eerste lid, van de Opiumwet. De politierechter sprak de verdachte vrij op 4 september 2013. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de stukken en pleidooien van beide partijen zorgvuldig bestudeerd. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de vrijspraak, terwijl de verdediging eveneens pleitte voor bevestiging van het vonnis, hoewel zij in de pleitnota primair niet-ontvankelijkheid had bepleit maar dit niet heeft toegelicht tijdens de zitting.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter en de daarbij behorende motivering overgenomen en het beroep van het openbaar ministerie verworpen. Daarmee werd de vrijspraak van de verdachte bevestigd, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.

Uitkomst: De vrijspraak van verdachte voor overtreding van het reclameverbod op verboden verdovende middelen is bevestigd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002996-13
Uitspraak : 19 februari 2014
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 4 september 2013 in de strafzaak met parketnummer 03-866178-13 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van overtreding van artikel 3b, eerste lid, van de Opiumwet (verbod om reclame te maken voor de verkoop van verboden verdovende middelen).
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen.
Door en namens de verdachte is bepleit dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen.
In de door de raadsman overgelegde pleitnota wordt weliswaar primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard, maar dit gedeelte van de pleitnota is door de raadsman niet voorgedragen en de raadsman heeft meegedeeld dat hij zich, gelet op de vordering van de advocaat-generaal, om praktische redenen beperkt tot een pleidooi tot vrijspraak.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,
mr. C.M. Hilverda en mr. N.J.M. Ruyters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. drs. T. Kraniotis, griffier,
en op 19 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.