Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[geintimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak ging het om een geschil tussen [Beheer] Beheer B.V. en de eigenaren van een aangrenzend perceel over ramen die uitzicht boden op het perceel van de buren en een rij coniferen nabij de erfgrens.
[Beheer] had ramen met doorzichtig glas die uitzicht boden op het perceel van de buren. De buren vorderden dat deze ramen ondoorzichtig en vaststaand gemaakt zouden worden, maar het hof oordeelde dat deze vordering verjaard was. Er was geen bindende afspraak dat [Beheer] haar ramen zou afplakken of vastzetten, ondanks eerdere correspondentie en het aanbrengen van folie.
Daarnaast plaatsten de buren een rij coniferen op minder dan twee meter afstand van de erfgrens. Het hof kwalificeerde coniferen als bomen en oordeelde dat deze in strijd waren met artikel 5:42 BW Pro. Daarom moesten de coniferen op minimaal twee meter afstand van de erfgrens worden gehouden.
Het hof vernietigde het vonnis in reconventie en wees de vordering van de buren tot handhaving van de ramen af, terwijl het vonnis in conventie werd bekrachtigd. De buren werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot ondoorzichtig en vaststaand maken van de ramen wordt afgewezen, maar de coniferen moeten op minimaal twee meter afstand van de erfgrens worden gehouden.