Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Met de raadsman stelt het hof vast dat het gebeuren plaats vond in een professionele setting, dat wil zeggen dat een aantal politieambtenaren bijeen was, vermoedelijk voor het nemen van de benodigde rust tijdens de nachtdienst, en dat verdachte en [slachtoffer] daarbij in een woordenstrijd verwikkeld waren, het hof begrijpt dat zij elkaar min of meer aan het “afzeiken” waren. Ook in een dergelijke setting, of die nu direct professioneel mag worden genoemd gelet op wat zich daar afspeelde, geldt de ambtsinstructie die inhoudt dat een vuurwapen slechts gebruikt mag worden in de in die instructie genoemde situaties. Het wapen uit de holster halen, ter hand nemen en met enige kracht op de tafel doen neerkomen en met dat vuurwapen richten in de richting van een ander in het kader van een, zoals verdachte dat noemt: misplaatste grap, is uitdrukkelijk niet toegestaan. Verdachte is een politieman die getraind en geschoold is in het gebruik en hanteren van een (dienst)vuurwapen en is als geen ander bekend met de regelgeving ter zake en de gevaren die kleven aan het gebruik van dat wapen. Aan hem als professional mogen derhalve op dat gebied hoge eisen worden gesteld.
De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat verdachte het wapen uit zijn holster haalde, met enige kracht het op tafel deed neerkomen en in zijn hand hield in de richting van [slachtoffer].
Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte het wapen uit de holster haalde en het met opgeheven, maar gebogen arm, in zijn beleving op hem richtte. Hij was verbijsterd en vond het te ver gaan. Hij had, nadat verdachte het wapen op hem had gericht, verdachte eigenlijk over de tafel heen willen aanvliegen, maar heeft dat niet gedaan omdat er een vuurwapen op hem gericht was. Door het aanvliegen, zou het wapen wel eens af kunnen gaan. Als er een wapen op je gericht is, is er altijd een risico dat het misgaat, aldus [slachtoffer]. Hij omschreef de situatie in die zin als gevaarlijk en belemmerend.
Dat het moet worden gezien als een misplaatste grap, zoals verdachte stelt, waarvan hij direct daarna al spijt had, is moeilijk te verenigen met een uitlating van verdachte enige maanden later toen hij en [slachtoffer] kennelijk weer in een soort woordenstrijd waren verwikkeld, waarbij hij [slachtoffer] toevoegde: “[slachtoffer], ik heb al eens een pistool op je gericht”.