ECLI:NL:GHSHE:2014:426
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voeging van twee civiele procedures over verdeling beperkte gemeenschap tussen broers
In deze civiele procedure ging het om het incident tot voeging van twee zaken tussen twee broers die gezamenlijk panden exploiteerden. De appellant verzocht om samenvoeging van de zaak HD 200.137.557/01 met de zaak HD 200.121.562/01, omdat de partijen en de geschilpunten grotendeels overeenkomen en om consistentie in uitspraken te waarborgen.
De geïntimeerde verzette zich tegen de voeging vanwege mogelijke vertraging en het feit dat hij niet over circa € 16.000,- zou kunnen beschikken zolang de zaken niet zijn afgedaan. Het hof oordeelde echter dat de geïntimeerde reeds over het aan hem toekomende bedrag kan beschikken op basis van een eerder vonnis van de rechtbank Limburg, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Het hof concludeerde dat de zaken verknocht zijn en dat voeging gerechtvaardigd is. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak. Beide zaken worden naar de rol verwezen voor verdere procedurele stappen, waarbij de zaak HD 200.121.562/01 wordt aangehouden totdat de zaak HD 200.135.557/01 aan de beurt is voor beraad. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt de voeging van de twee civiele zaken tussen de broers vanwege verknochtheid en wijst de vordering tot voeging toe.