Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Michel [appellant 1] Rorije,wonende te [woonplaats],
Headcase Holding B.V.,gevestigd te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat centraal of tussen Parkhotel Rooding (PHR) en Headcase Holding B.V. (Headcase) dan wel Michel Rorije (appellant 1) een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht bestond. PHR vorderde betaling en schadevergoeding wegens vermeende onbevoegde arbeidsovereenkomsten en onverschuldigde betalingen. Appellanten stelden daartegen salarissen, schadevergoeding en teruggave van roerende zaken en een litho.
De rechtbank Maastricht had eerder geoordeeld dat Headcase geen overeenkomst van opdracht had bewezen en dat PHR het vermoeden van een arbeidsovereenkomst had ontkracht, waardoor terugbetaling van bepaalde bedragen werd toegewezen. In hoger beroep voerden appellanten 34 grieven aan, waaronder het bestaan van een overeenkomst van opdracht en arbeidsovereenkomst, en vorderden zij diverse betalingen en afgifte van zaken.
Het hof oordeelde dat noch een schriftelijke noch mondelinge overeenkomst van opdracht met voldoende zekerheid was vastgesteld en dat het voorshands vermoeden van een arbeidsovereenkomst niet kon worden bevestigd. De volmacht van appellant 1 gaf geen opdrachtbevoegdheid. De vorderingen gebaseerd op deze overeenkomsten werden afgewezen, met uitzondering van de vordering tot afgifte van roerende zaken die voorwaardelijk werd toegewezen. De vordering tot afgifte of schadevergoeding voor de litho werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof vernietigde de eerdere veroordeling van appellant 1 tot schadevergoeding wegens onbevoegde arbeidsovereenkomst met zijn echtgenote en wees de vordering af. De overige vonnissen werden bekrachtigd. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de meeste vorderingen van appellanten af en veroordeelt PHR tot afgifte van roerende zaken, met vernietiging van de schadevergoeding wegens onbevoegde arbeidsovereenkomst.