Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.
- wat betreft noodweer: dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding – waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding;
- wat betreft de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging (het zogenoemde noodweerexces): dat die overschrijding het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een aanranding als vorenbedoeld.
- de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard in verhouding met andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de openlijk geweldpleging gerelateerd is aan voetbal en voorafgaande aan een voetbalwedstrijd heeft plaatsgevonden;
- de omstandigheid dat het bewezen verklaarde is begaan op een zaterdagmiddag in het stadscentrum van Breda op een plein met meerdere terrassen, waardoor argeloze burgers plots werden geconfronteerd met gewelddadigheden;
- de omstandigheid dat, mede door het handelen van verdachte, forse schade is toegebracht aan meubilair en serviesgoed van de cafés op genoemd plein.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
140 (honderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
70 (zeventig) dagen hechtenis.
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.