Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
subsidiair: het door de man te verrekenen bedrag vast te stellen ten titel van verrekening achteraf op basis van het in de huwelijkse voorwaarden van partijen vervatte periodieke verrekenbeding en de man te veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de vrouw uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen beschikking, vermeerderd met de wettelijke rente en met ingang van de dag van de indiening van onderhavig verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;
- het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg op 23 januari 2014;
- de correspondentie omtrent het mediationtraject;
- het V6-formulier met één bijlage van de advocaat van de man d.d. 28 augustus 2014.
3.De beoordeling
- de man in het kader van de verdeling veroordeeld om binnen dertig dagen na betekening van die beschikking aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 1.000,-;
- aan de vrouw de inboedelgoederen toebedeeld zoals beschreven onder punt 2.4.1. van de beoordeling;
- de man in het kader van de verrekening veroordeeld om binnen dertig dagen na betekening van die beschikking aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 11.708,49, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaald dat elke partij de eigen kosten van de procedure draagt en het meer of anders verzochte afgewezen.