ECLI:NL:GHSHE:2014:4496

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 oktober 2014
Publicatiedatum
31 oktober 2014
Zaaknummer
F 200.141.570_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 358 lid 2 RvArt. 806 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep man inzake kinderalimentatie wegens te late indiening

In deze zaak ging het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake kinderalimentatie. De man had verzocht de alimentatie met ingang van 6 november 2013 op nihil of een lager bedrag vast te stellen. Het beroepschrift werd echter op 7 februari 2014 ingediend, één dag na het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden.

De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen. Partijen bereikten later een overeenkomst over de alimentatie, maar het hof kon deze niet honoreren omdat het hoger beroep niet ontvankelijk was verklaard. Tijdens de mondelinge behandeling verschenen partijen niet.

Het hof oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend en dat geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk verklaard en bleef de beschikking van de rechtbank Limburg van kracht.

Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak: 30 oktober 2014
Zaaknummer: F 200.141.570/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/04/125181 / FA RK 13-1235
in de zaak in hoger beroep van:
[de man],
wonende te
[woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. H.G.M. Hilkens,
tegen
[de vrouw],
wonende te
[woonplaats],
verweerster,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. G.M.M. van Tilborg.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 november 2013.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 7 februari 2014, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat met ingang van 6 november 2013 de door de man maandelijks te betalen kinderalimentatie op nihil wordt gesteld, althans op een bedrag dat het hof juist acht.
2.2.
Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 1 april 2014, heeft de vrouw verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
2.3.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de man op 23 juli 2014.
2.4.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is van de zijde van het hof aan partijen bericht dat tijdens de mondelinge behandeling eerst de ontvankelijkheid van de man in zijn hoger beroep zal worden behandeld.
2.5.
De advocaat van de man heeft bij faxbericht d.d. 19 september 2014, welke mede door de advocaat van de vrouw voor akkoord is ondertekend, het hof bericht dat partijen volledige overeenstemming hebben bereikt. Partijen hebben het hof verzocht om het door de man ingestelde hoger beroep ontvankelijk te verklaren en de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 november 2013 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de alimentatie ten behoeve van beide kinderen wordt vastgesteld op € 25,-- per maand per kind, zulks met ingang van 1 juni 2014, met tevens bepaling dat hetgeen tot 1 juni 2014 aan alimentatie is betaald gezien wordt als verschuldigd en voor het overige dat over de periode tot 1 juni 2014 geen alimentatieverplichting wordt opgelegd.
2.6.
Het hof heeft (de advocaten van) partijen bericht dat het hof aan voornoemd verzoek van partijen geen gevolg kan geven en hen alsnog in de gelegenheid gesteld om op de geplande mondelinge behandeling op 23 september 2014 te verschijnen.
2.7.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 september 2014.
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

3.De beoordeling

Ontvankelijkheid
3.1.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
3.1.1.
Het hof dient ambtshalve te beoordelen of de man ontvankelijk is in zijn hoger beroep. In dit verband is het volgende gebleken.
De rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, heeft bij beschikking van 6 november 2013 uitspraak gedaan. Ingevolge artikel 358 lid 2 jo Pro. artikel 806 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) had de man de gelegenheid om hoger beroep in te stellen binnen drie maanden, te rekenen na de dag van de uitspraak. Derhalve kon de man uiterlijk op 6 februari 2014, hoger beroep instellen tegen voornoemde beschikking.
3.1.2.
De dag waarop het beroepschrift is ingekomen ter griffie is maatgevend voor de beantwoording van de vraag of het hoger beroep door de advocaat van de man tijdig is ingesteld (de ontvangsttheorie). Het beroepschrift is afgestempeld op 7 februari 2014 en derhalve buiten de termijn ingekomen ter griffie van het hof. Van omstandigheden die een uitzondering op handhaving van de beroepstermijn rechtvaardigen is het hof niet gebleken. Daarbij komt dat de (advocaat van) de man niet ter zitting is verschenen om hieromtrent een toelichting te geven.
3.1.3.
Gelet op het vorenstaande zal het hof de man niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep. Het hof kan geen gehoor geven aan het verzoek van partijen om de bestreden beschikking te vernietigen en de overeenstemming tussen partijen vast te leggen in een beschikking, omdat aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak c.q. vernietiging van de bestreden beschikking niet wordt toegekomen.
3.1.4.
Mitsdien wordt als volgt beslist.
4. De beslissing
Het hof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 november 2013.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, C.A.R.M. van Leuven en H.M.A.W. Erven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2014.