Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4. De beslissing
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak ging het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake kinderalimentatie. De man had verzocht de alimentatie met ingang van 6 november 2013 op nihil of een lager bedrag vast te stellen. Het beroepschrift werd echter op 7 februari 2014 ingediend, één dag na het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden.
De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen. Partijen bereikten later een overeenkomst over de alimentatie, maar het hof kon deze niet honoreren omdat het hoger beroep niet ontvankelijk was verklaard. Tijdens de mondelinge behandeling verschenen partijen niet.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend en dat geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk verklaard en bleef de beschikking van de rechtbank Limburg van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van het beroepschrift.