Belanghebbende, een ondernemer in horloges, goud en auto's, kreeg een informatiebeschikking opgelegd door de Inspecteur wegens het niet voldoen aan de administratie- en aangifteplicht over de jaren 2008 tot en met 2010. De Rechtbank vernietigde de informatiebeschikking voor 2009, omdat voor dat jaar een ambtshalve aanslag was opgelegd, maar handhaafde deze voor 2008 en 2010.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de Inspecteur ten onrechte heeft vastgesteld dat belanghebbende niet aan zijn aangifteverplichting heeft voldaan, omdat artikel 52a AWR deze bevoegdheid niet omvat. De vernietiging van de informatiebeschikking voor 2009 door de Rechtbank was deels onjuist, want de informatiebeschikking voor de omzetbelasting over 2009 blijft geldig. Omdat de Inspecteur geen incidenteel hoger beroep instelde, kan dit niet worden hersteld.
Het hof stelt vast dat belanghebbende niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan voor 2008 en 2010, onder meer door ontbrekende en onjuiste administratie, negatieve kassaldi en onbetrouwbare inkoopverklaringen. Belanghebbende krijgt zes weken na onherroepelijkheid van het vonnis om alsnog aan de administratieplicht te voldoen. Tevens wordt de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.