Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Schoonbrood;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Aarts-Mulder.
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn in 2001 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2010 werd de man verplicht partner- en kinderalimentatie te betalen. De rechtbank stelde in 2013 de partneralimentatie vast op nihil vanwege gebrek aan draagkracht van de man. De man ging in hoger beroep met het verzoek om de onderhoudsverplichting definitief te beëindigen wegens grievend gedrag van de vrouw.
De man stelde dat de vrouw zich schuldig maakte aan grievend gedrag, waaronder het doen van valse aangiften en het niet naleven van de contactregeling, en dat zij zich onvoldoende inspande om meer inkomen te genereren. De vrouw betwistte deze stellingen gemotiveerd en voerde aan dat zij handelde ter bescherming van de kinderen. Het hof constateerde dat de man zijn stellingen onvoldoende met stukken onderbouwde en dat het gedrag van de vrouw niet objectief als dermate grievend kon worden aangemerkt dat de onderhoudsverplichting definitief kon worden beëindigd.
Het hof overwoog dat de lotsverbondenheid voortvloeiend uit het huwelijk de grondslag vormt voor de onderhoudsverplichting en dat een definitieve beëindiging terughoudend moet worden toegepast. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs en de gemotiveerde betwisting door de vrouw, faalden de grieven van de man. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en bekrachtigt de beschikking waarin de partneralimentatie op nihil is vastgesteld.