4.De uitspraak
op het principaal en incidenteel hoger beroep
laat [de man] toe te bewijzen dat:
a. a) de volgende flessen wijn op de peildatum 21 juli 2009 aanwezig waren in de voormalige echtelijke woning: Chateau Mouton Rothschild uit de jaren 1955, 1966, 1967, 1970, 1972 (3x), 1974 (4x), 1975 t/m 1990, 1992 t/m 1995, 1998, 2002 en een Magnum 1994 en dat deze flessen een waarde hadden van € 30.000,-;
b) de drie glazen kunstobjecten van [kunstenaar 1] op de peildatum 21 juli 2009 de volgende waarde hadden:
- Pineapple Red; € 35.000,-,
- Venetiaans hoofd: € 32.000,-,
- Mother and Child: € 7.500,-;
c) dat [de vrouw] op de peildatum 21 juli 2009 in het bezit was van de volgende zaken:
- een fotocamera en lenzen,
- een parfum vitrinekast,
- winkelinterieur (2 stuks),
- antieke bureaus (2 stuks),
- een antieke bureaustoel,
- meubels/spullen uit de woning voor de woning aan de [adres 1] [plaats].
- het schilderij “Three wise men” van [kunstenaar 2],
- de tekening “Original drawing pineapple head” van [kunstenaar 1]
d) dat de Volvo C70T5 met kenteken [kenteken 2] op de peildatum 21 juli 2009 in het bezit was van [de vrouw] en toen een waarde had van € 20.000,-;
laat [de vrouw] toe te bewijzen dat:
a. a) zij het schilderij Nana à la Robe Rose van [kunstenaar 3] vóór de peildatum 21 juli 2009 heeft geschonken aan haar zoon [zoon geïntimeerde];
b) de drie glazen kunstobjecten van [kunstenaar 1] tijdens het huwelijk van partijen, in 2007, door haar zijn verkocht aan de heer [koper 1] voor een bedrag van € 12.000,-;
c) dat [de man] op de peildatum 21 juli 2009 in het bezit was van de volgende zaken:
- een fotocamera en lenzen,
- een parfum vitrinekast,
- winkelinterieur (2 stuks),
- antieke bureaus (2 stuks),
- een antieke bureaustoel,
- meubels/spullen uit de woning voor de woning aan de [adres 1] [plaats].
- het schilderij “Three wise men” van [kunstenaar 2],
- de tekening “Original drawing pineapple head” van [kunstenaar 1];
d) dat de Volvo C70T5 met kenteken [kenteken 2] op de peildatum 21 juli 2009 in het bezit was van [de man];
bepaalt, voor het geval partijen of één van hen bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. N.J.M. van Etten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van 2 december 2014 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de maanden januari en februari 2015;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;
verstaat dat partijen tevoren overleg plegen over het aantal en de persoon van de getuigen dat tegen deze datum zal worden opgeroepen en de volgorde waarin de getuigen zullen worden voorgebracht;
bepaalt dat de advocaten tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zullen opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, W.T.M. Raab en G.J. Vossestein en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 november 2014.