Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 503033 CV EXPL 12-10157)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- MW (Impuls),
- RIMO met onderdeel ZMP,
- Veiligheidshuis,
- Politie Kerkrade,
- Gemeente Kerkrade,
- Mondriaan,
- Psychiater [psychiater].
Op dit moment is de situatie hetzelfde als vorig jaar. Ik durf eigenlijk niet thuis te komen. Zo gauw ik thuis kom en ik loop in mijn woning, of ik ga stofzuigen dan begint ze weer. Ze gaat dan kloppen of ze zet de muziek heel hard, gaat schreeuwen of belt de politie.”;
”[appellante] heeft in het verleden meerdere keren meldingen van overlast gedaan. Die overlast zou veroorzaakt worden door omwonenden(…) Ik ben sinds anderhalf jaar wijkagent en ken [appellante] vanuit die hoedanigheid. De frequentie van overlastmeldingen door [appellante] verschilt heel sterk en varieert van 2 á 3 keer per week tot soms maanden niet. Ik heb in de genoemde periode meerdere keren geprobeerd om de overlastmeldingen van [appellante] te objectiveren. Ik heb onder andere met haar afgesproken dat ze meteen moest bellen als overlast was. Dat heeft ze om wat voor reden dan ook niet gedaan. Mevrouw [appellante] zal ongetwijfeld overlast ervaren, maar ikzelf heb die overlast nooit vastgesteld. Ik heb in de buurt geïnformeerd, er is nimmer een bevestiging gekomen van overlast. Een keer was er een meneer bij [appellante] die zei dat [appellante] gelijk had.
“Vanuit Wonen Zuid hebben wij als eerste contact gezocht met Maatschappelijk werk in Kerkrade (Impuls). Betrokken personen zijn [medewerker Impuls], [medewerker Impuls] en [medewerker Impuls]. Herhaaldelijk bezocht mevrouw [appellante] deze personen op het hoofdkantoor van Impuls en iedere keer liep het dan met een hoop gescheld en getier af.
“De zaak heeft het afgelopen jaar de aandacht van het Veiligheidshuis gehad. Hierbij is geprobeerd om feiten “hard” te maken rond het vermeend huiselijk geweld van het paar [de buren]. In het laatste overleg is geconcludeerd dat er geen feiten zijn of vermoedens van hg niet bevestigd zijn. Duidelijk is dat mw. [appellante] overmatig reageert op de handel en wandel van [de buurman]. Zij heeft hem als het ware tot haar mikpunt gemaakt.
“Ik ben diverse keren bij mevrouw [appellante] geweest om allerlei uiteenlopende redenen. De laatste keer toen ik bij haar was heeft zij mij bedreigd, uitgescholden en met beide vuisten op mijn borstkas geslagen. Ik heb hier geen werk van gemaakt. Omdat ik niet wil dat de zaak escaleert als ik weer bij haar kom, heb ik besloten om niet meer zonder collega bij mevrouw [appellante] langs te gaan. Ze is erg onberekenbaar. De ene keer is ze vriendelijk en meegaand maar 5 minuten later kan ze je aanvallen. Ik denk dat mevrouw hulp nodig heeft.”