Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de vrouw. Na echtscheiding werd de man veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van €124 per kind per maand. De man verzocht de alimentatie te verlagen naar nihil vanwege zijn ontslag en het ontvangen van een WW-uitkering.
De rechtbank stelde de alimentatie bij op €57,50 per kind per maand, maar de man ging hiertegen in hoger beroep. Hij stelde een draagkracht van €25 per kind per maand te hebben, gebaseerd op een alimentatieberekening en zijn Ziektewetuitkering. De vrouw betwistte dit en verwees naar het ontbreken van recente inkomensgegevens en mogelijke aanvullende inkomsten uit aikidolessen.
Het hof achtte de draagkracht van de man op €90 per maand aannemelijk, gebaseerd op zijn Ziektewetuitkering en bevestiging van het UWV dat deze uitkering ongewijzigd blijft. Inkomsten uit aikidolessen werden niet meegenomen wegens onvoldoende bewijs. De man kon zijn beroep op een aanvaardbaarheidstoets niet onderbouwen. Het hof stelde de alimentatie vast op €45 per kind per maand met ingang van 8 augustus 2013 en compenseerde de proceskosten tussen partijen.