Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 760369 CV EXPL 13-770)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- over opschorting, aftrek en verrekening: ‘
- over boete(rente): ‘
[…] maak ik bij deze bekend dat wij per 1 oktober 2012 het pand gaan verlaten. Kun jij mij even aangeven hoe en bij wie ik dit schriftelijk kan doen’. Bij e-mail d.d. 12 januari 2012 heeft [beheerder Grondmij] teruggeschreven: ‘
Indien je een opzegging van je contract wil doen moet je dit conform je huur overeenkomst schriftelijk en aangetekend doen, met in acht neming van je opzeg termijn. Adres ed staat ook in je huur overeenkomst’.
Bij deze willen wij formeel mededelen de opzeg van onze huurovereenkomst betreffende het bovengenoemde gehuurde [pand [het adres] te [plaats], hof]. Onze opzeg hadden we al eerder mondeling aangegeven bij [beheerder Grondmij], beheerder van Grondmij’.
[…] afgelopen vrijdag 13 april [heb ik] contact opgenomen met Altera Vastgoed, vanwege onduidelijkheid betreffende adresgegevens voor de opzegging. Tot mijn grote verbazing hoorde ik toen dat ik mijn opzegging had moeten bevestigen voor 1 april 2012. Hiervan was ik spijtig genoeg niet op de hoogte. Vanwege onze ernstige financiële situatie en de negatieve vooruitzichten liet ik [beheerder Grondmij] van Grondmij al eind vorige jaar mondeling weten dat we de huur zouden opzeggen. Dit heb ik een mail aan ik [beheerder Grondmij] d.d. 12 januari 2012 nogmaals bevestigd. Ik hoop dat u begrip en mededogen kunt opbrengen voor de situatie en dat we op een gunstige manier deze kwestie gezamenlijk tot een goed einde kunnen brengen. Graag verneem ik zo spoedig mogelijk of u ermee akkoord kunt gaan dat de huurovereenkomst per 1 oktober 2012 komt te eindigen?’.
Aangezien uw huuropzegging is uitgebleven vóór 1 april 2012, is de huurovereenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van vijf jaar, derhalve tot en met 30 september 2017.
Met inachtneming van het voorgaande beschouwen wij de van u ontvangen brief d.d. 18 april 2012 als zijnde een opzegging per 30 september 2017.’
De incassokosten bedragen in alle gevallen 15% van de in te vorderen hoofdsom indien de vordering meer bedraagt dan € 2.500,00’.
bedrijfsruimte met showroom en kantoorruimte ten behoeve van bureauwerkzaamheden’. Als bestemming in het door [appellant] voor akkoord getekende huurvoorstel van DTZ is als gebruik vermeld: ‘Het huurobject wordt gebruikt als bedrijfsruimte met showroom en kantoorruimte’. Op schrift is het gehuurde derhalve bestemd als artikel 7:230a BW-bedrijfsruimte. Uit onder meer de verklaring van [appellant] tijdens het pleidooi komt echter naar voren dat hij van meet af de bedoeling had om een winkel te exploiteren in het gehuurde, en dat de verhurend makelaar in de persoon van [makelaar DTZ] dat ook wist. Voorts heeft [appellant] ook daadwerkelijk een winkel geëxploiteerd in het gehuurde, waarvan de beheerder Grontmij mede op grond van de inrichting van het gehuurde ook van op de hoogte moet zijn geweest. In werkelijkheid is het gehuurde derhalve gebruikt als artikel 7:290 (lid 2 sub a) BW-bedrijfsruimte.
mutatis mutandismet betrekking tot de bepaling over opschorting, aftrek en verrekening (artikel 18.1). Hieruit volgt dat [appellant] toen hij de huur over augustus 2012, de huur over september 2010 en de afrekening servicekosten 2011 verschuldigd werd, hij deze bedragen niet mocht verrekenen met de door hem betaalde waarborgsom. Het feit dat hij bij aanvang van de huur een waarborgsom van € 7.396,59 heeft betaald en er aan Altera blijk van heeft gegeven te (willen) verrekenen (rov. 3.1 sub r), kan [appellant] in dit verband dus niet baten. Altera stelt zich terecht op het standpunt dat de waarborgsom door [appellant] als huur niet kan worden opgesoupeerd met hem goeddunkende bedragen. De waarborgsom dient, blijkens het bepaalde in art. 12.1 van de algemene voorwaarden, immers ten behoeve van Altera als verhuurder als waarborg voor de juiste nakoming van de verplichtingen van de huurder uit de huurovereenkomst.
4.De uitspraak
- in eerste aanleg: € 300,00 aan salaris advocaat;
- in hoger beroep: € 98,54 aan explootkosten, € 704,00 aan griffierecht en € 4.893,00 aan salaris advocaat;