In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die een mentorschap heeft ingesteld over een meerderjarige vrouw en daarbij twee mentoren heeft benoemd, te weten haar moeder en zus. De moeder, appellante, verzet zich tegen de benoeming van de zus als mede-mentor en heeft het hof verzocht de beschikking te vernietigen.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn de betrokken partijen gehoord, waaronder de moeder, de zus en een broer van de belanghebbende. De belanghebbende zelf was niet aanwezig, ondanks behoorlijke oproeping. De partijen hebben hun standpunten toegelicht en zijn bereid gevonden deel te nemen aan een mediationtraject om hun geschil over het mentorschap op te lossen.
Het hof heeft besloten de verdere behandeling aan te houden tot 26 februari 2015 om de uitkomsten van het mediationtraject af te wachten. De partijen zijn verzocht het hof schriftelijk te informeren over het verloop van de mediation en het gewenste verdere verloop van de procedure. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2014.