Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
9.De verdere beoordeling
- de slagtand van een olifant;
- het gouden kruisje van moeder;
- een urn van vader of moeder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn erfgenamen van hun vader die in 2009 is overleden en ieder voor een derde deel gerechtigd in de nalatenschap. De nalatenschap bestaat uit banktegoeden en mogelijk onverdeelde inboedel en sieraden. Appellant vordert toevoeging van een bedrag van €11.344,- aan de nalatenschap, zijnde een lening die geïntimeerde 1 in 1999 van zijn ouders heeft ontvangen en volgens appellant niet heeft terugbetaald.
Geïntimeerde 1 voert verweer dat de lening in 1999 is terugbetaald en dat de vordering verjaard of verwerkt zou zijn. Het hof verwerpt het beroep op verjaring en rechtsverwerking wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over opeisbaarheid.
Het hof staat toe dat geïntimeerde 1 bewijs door getuigen levert over de terugbetaling van de lening. Indien de primaire vordering niet toewijsbaar is, zal het hof de subsidiaire vordering beoordelen, die ziet op het aandeel in de onverdeelde inboedel en sieraden. Een comparitie wordt gelast om nadere informatie te verkrijgen en te bezien of een schikking mogelijk is.
De zaak wordt verwezen naar een raadsheer-commissaris voor het horen van getuigen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Bewijslevering over terugbetaling lening toegestaan en verdere beslissing aangehouden.