Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 507495 CV EXPL 12-5471)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven d.d. 26 november 2013 met drie producties (een vierde productie werd in de memorie van grieven aangekondigd, doch deze is niet overgelegd);
- de memorie van antwoord d.d. 14 januari 2014.
3. De beoordeling
Het hof stelt voorop dat in het geding in eerste aanleg kennelijk een groot aantal producties is overgelegd door Enexis. De kantonrechter verwijst in r.o. 3.4.1 van het bestreden vonnis naar een “Fotoboek meerdere kweken” dat als productie 25 in het geding is gebracht. Het hof heeft bij de stukken van de eerste aanleg, zoals die zijn overgelegd, geen producties aangetroffen. In hoger beroep zijn een aantal foto’s als producties bij de memorie van grieven in het geding gebracht waarvan zij heeft aangevoerd dat ze onderdeel hebben uitgemaakt van de producties in eerste aanleg. Nu dit laatste door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord niet is weersproken, zal het hof zijn beoordeling verder baseren op de bij memorie van grieven in het geding gebrachte selectie van de foto’s die kennelijk in eerste aanleg zijn gebruikt.
- de aangetroffen hoeveelheid stof op de assimilatielampen;
- de aangetroffen hoeveelheid kalkaanslag op het landbouwplastic onder de bloempotten;
- de aanwezigheid van gebruikte snoeischaartjes, die alleen gebruikt worden bij het oogsten van toppen;
- de verklaring van de echtgenote van [geïntimeerde], afgelegd in het onderzoek door de politie, waarin zij bevestigt “medio mei/juni” grond te hebben aangetroffen in de gang van het pand c.q. bij de toegang tot de kelder.